Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
9 NATUUR- EN STAATKUNDIGE AARDRIJKSBESCHRIJVING.
de bergen neêrstroomt, gevoed worden. Onderscteidene beken ver-
eenigen zicb op deze wijze tot rivieren, die zicb, op weinige uitzonde-
ringen na, door liunne monden in eene andere rivier of in de zee ont-
lasten. De uitwatering van eene rivier namelijk, hetzij in eene andere,
of in de zee, of in een meer, noemt men den mond of de monden der
rivier. Als verscheidene rivieren in elkander vloeijen, vormt deze
vereeniging eenen stroom. De beken en rivieren, die zich eindelijk
tot éénen stroom vereenigen, maken deszelfs stroomgebied uit. Som-
mige bronnen zijn in den zomer koud; andere vriezen in den win-
ter niet digt. Als in het water minerale zelfstandigheden zijn op-
gelost, waardoor het eenen eigenaardigen smaak heeft aangenomen,
heet het mineraalwater; en wanneer men dergelijke wateren als ge-
neesmiddel aanwendt, noemt men ze gezondheidsbronnen. Wateren,
die warmer zijn dan de gewone dampkringslucht, heeten wanne
baden.
De groote verzameling van water, welke het vaste land omringt,
heet wereldzee of oceaan. De bodem der zee is even zoo gevormd als
het land, en bestaat mede uit vlakten, bergen, klippen en dalen.
De diepte der zeeën is zeer verschillend: de Oostzee is ongeveer 300,
de Noordzee 1200 en de Middellandsche zee 9000 voet diep; de
grootste diepte van den oceaan zal misschien eene mijl bedragen,
liet zeewater heeft eenen zouten, met eene walgelijke bitterheid ver-
mengden smaak, waardoor het ondrinkbaar is. Binnenzeeën zijn ge-
woonlijk minder zout dan de oceaan. Ook is het zeewater in de diepte
zouter dan aan de oppervlakte. Zijne gewone kleur is donkerblaauw,
doch somtijds heeft het ook eene roode, groene, zwarte, troebele,
graauwe of witte kleur. Dikwijls ziet men ook op sommige plaatsen
het water licht van zich geven. In verscheidene streken vindt men
in de zee wier of zeegras en polypgewassen.
De zee stroomt gemeenlijk van het oosten naar het westen: in-
zonderheid heeft dit plaats tusschen de keerkringen. Bovendien
heeft de zee nog eene andere, zeer merkwaardige beweging, een re-
gelmatig wassen en vallen , dat den naam draagt van vloed en ebbe.
Gedurende zes uren rijst het water (v/oeti), waarna het gedurende zes
uren weder valt {ebbe). Op sommige plaatsen duurt de ebbe wel eens
negen en de vloed drie uren. De hoogte van den vloed is niet overal
de zelfde: in eenige streken is de was zeer gering, in andere wel van
40 tot 60 voet. Deze regelmatige beweging der zee Avordt veroor-
zaakt door de aantrekkingskracht der maan, met wier beweging die
der zee naauwkeurig overeenstemt. In sommige gedeelte der zee heeft
men eene kringvormige beweging, die draaikolk of maalstroom ge-
noemd wordt.
Die gedeelten der zee, waarin vele eilanden liggen, heeten archi-
pels. In alle deelen der aarde maakt de zee insnijdingen, die, naar
verkiezing, zeeën, golven, zeeboezems, bogten, inhammen oi baaijen ge-
noemd worden. Havens zijn kleine inhammen, waar de schepen in-
loopen , en voor wind en storm veilig liggen. Zij worden óf door
de natuur zelve, óf door kunst gevormd. Die gedeelten der zee,
welke tusschen twee landen doorstroomen en twee zeeën vereeni-
gen, heeten straat, zeeëngte, sond, belt, bosporus, oi kanaal.
Men kan den oceaan, die de geheele aarde omstroomt, verdeden
in de volgende vijf hoofddeelen: 1. de Noordelijke IJszee oi Noordpoolzee,
tusschen de noordkusten van Europa, Azië en Amerika; 2. de Zui-