Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET JAPANSCnE RJJK. 251
genoemd. Op deze en alle andere plaatsen, waar zij zich hadden neôrgezet,
slaagden zij boven verwachting in hunnen handel, en daar de Roomsch-Katho-
lieke kerk op Jaj»an toen in een bloeijenden staat verkeerde, omhelsden almede
sommige prinsen vun het rijk van Japan dit geloof; üe reden echter, waarom
dit toen eu later tegenwerking ondervond, is door ons reeds in ons geschiedkun-
dig overzigt van Azië vermeld.
De tegenstrijdigheid toch van de Roomsch-Katholieke leer met de godsdienst
des lands was eene oorzaak van de vervolging tegen de aanhangers der eerste, wes-
halve een keizerlijk plakaat werd afgekondigd, waarbij verboden werd dat de leer
dér R. K. godsdienst voortgang zou hebben; aan alle monniken en priesters, die
toen in het land waren, werd bevolen op staande voet te vertrekken, en de gou-
verneurs en vorsten van de onderscheidene provinciën werden verzocht, hunne
onderdanen door geweld te dwingen, tot hunne vorige godsdienst terug te keeren.
Dc regerende keizer Taiko Sama stierf in 1598, als vervolger der Roomsch-Ka-
ihoiieken. Na zijnen dood ademden deze vrijer, en gedurende de voogdijschap
van zijnen zoon Fidejosi onder Ijkjas was het getal der Roomsch-Katholieken
weder tot op 1,750,000 aangegroeid.
Kort daarna brak een successie-oorlog uit. De Roomsch-Katholieken hielden de
partij van den regtmatigen troonopvolger, doch moesten met dezen het onderspit
delven; zij hadden zich misschien nog kunnen staande houden, zoo niet bij her-
lialing verraderlijke plannen ontdekt geworden waren, en zij niet aan den opstand
van Arima in 1637 en 1638 deel genomen hadden. Langen tijd had men tusschen
concession, opheffingen daarvan en^wreedheden gedobberd. Eindelijk ontstond
in 1637 de vermaarde omwenteling der Roomsch-Katholieken, die naar eene stad
in het rijk de wijk namen, waar zij vervolgd, aangevallen en ten getale van 37,000
omgebragt werden. Zoodat deze zaak, na verloop van veertig jaren eindigde met
het verlies van den voordeeligen handel, welken de Portugezen en de Spanjaar-
den omtrent honderd jaren lang gedreven haddeo, en in eene voortdurende
verbanning dezer natiën. Dit geschiedde in 1638; aan alle Japanezen werd op
straffe des doods verboden het land te verlaten, en aan de Japansche vrouwen,
zieh met buitenlanders in den echt te begeven.
De Nederlanders, bekoord door den voordeeligen handel der Portugezen op de
Indien , hadden insgelijks besloten, hunne zeevaart tot Japan uit te breiden. De eer-
ste handelsbetrekkingen der Nederlanders met Japan werden te Firato aangeknoopt,
cn de aldaar opgerigte factorij had van 1610 tot 1613 Jacob Specx tot bestuurder.
Nadat de Nederlanders gedurende 32 jaren den handel met toestemming van den
keizer, onder bescherming van den vorst van Firato, aldaar gedreven hadden,
verscheen den 9deii Nov. 1640 het keizerlijk bevel, dat de gevels der woningen
der Nederlandsche factorij op Firato, waarop het Christelijk jaartal stond, dade-
lijk tot den grond toe afgebroken moest worden. Alleen aan de vastberadenheid
van hel toenmalig opperhoofd François Caron, die met het omverhalen der wo-
ningen nog op den zelfden dag een aanvang deed maken, hadden de Nederlan-
ders het te danken » dat zij nog langer op Japan werden geduld.
In 1616 had de keizer van Japan, door tusschenkomst van Adams, die zich te
Oeraga gevestigd had, alsmede aan de Engelschen, de voorrcgten van den han-
del, met verlof tot oprigting eener factorij, toegekend. Zeven jaren later echter,
in 1623, liet de Engelsche Oos^Indische Compagnie het kantoor en den handel
met Japan weder varen.
Op bevel en kosten van den dzjogoen (opperveldheer) Ijemits werd in het jaar
1635—1636 voor de Portugezen, die, ondanks de harde vervolgingen, zich op
Japan poogden te handhaven, nabij de stad Nangasaki eene eigene woonplaats
aangelegd, — een eilandje, door aanslibbing bij het strand ontstaan, hetwelk,
door zijne ligging, den naam Desima (vooreiland) verkreeg.
De verbanning uit het rijk, die op het einde des jaars 1639 over de Portuge-
zen v;erd uitgesproken, opende aan de Nederlanders de schoonste vooruitzigten
om zich te Nangasaki of op Desima te kunnen nederzetten. In 1640 werden nog
eens vier aanzienlijke Portugezen, in gezantschap, van Macao naar den keizer
van Japan gezonden, ten einde pogingen aan te wenden om het handelsverkeer
op nieuw te openen; doch in plaats van hierin te slagen, werden zij met uog
cen-en-zeventig andere Portugezen, die zich aan boord bevonden, onthoofd.
En nu zien wij, in tegenoverstelling der Oostersche pracht, waarmede vroeger
de Nederlandsche gezanten zich naar het hof van Japan begeven hadden, een
Maximiliaan le Maire, toenmalig Nederlandsch scheepskapitein, hoogst eenvou-
dig als gezant aan het hof van den dzjogoen verschijnen , alwaar hem, na het over-
reiken der geschenken, die de Nederlandsch Oost-Indische Compagnie gewoon
was jaarlijks aan te bieden, op den llden Mei 1641 door de rijksraden werd me-
degedeeld, dat, van nu af, de Nederlandsche schepen uitsluitend de haven van
Nangasaki zouden moeten binnenloopcn, en dus de factorij van Firato daar-