Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET CHINESCHE RIJK. 2i3
18. Su-tsjwen ia de grootste provincie des rijks. — Tsjhig-toe-foe is de ver-
sterkte hoofd- en handelstad. Tsjong-ching-foe heeft veel zijdebouw, Kiveï-tsjeoe-
foe veel handel, en Kja-ting-foe in haren omtrek, op eeoe ruimte van 10 uren,
meer dan 100,000 kunst-zoutbronnen.
Tot eigenlijk China behooren nog;
Het eiland Ilainan, dat onder de provincie Koeang-tong gerekend wordt; het
beslaat ruim 400 v. m., en telt IJ mill. bew. Het is overdekt met gebergten, die
door een vrij en wild volk bewoond worden; in de overige streken wonen Chi-
nezen. De oostkust is steil en rotsachtig, de zuidkust van schoone baaijen door-
sneden, en de noordwestkust laag. De grond is over het geheel zandig, doch
wordt goed bebouwd, en wel met rijst en pataten. De hoofdstad heet volgens
sommigen Kjong-tsjeoe-foe, volgens anderen Ilowi-hoio; zij ligt op een schier-
eiland, is zeer volkrijk, en de voornaamste handelsplaats van het eiland. Iloezj-
jon, eene andere stad, die met een hoogen en dikken muur omringd is, heeft
Ü00,000 inw. Andere groote steden zijn Lok-hoi en Thong-ong.
Het eiland Thai-wan, door de Europeanen Formosa genaamd, is den Ne-
derlanders bekend door het gebeurde met Antoniüs hamukoiik. Het is ruim 700
v. m. groot, en wordt van het n. naar het z. van eene vulkanische en vrij hooge
bergketen doorsneden. Deze bergketen en de geheele oostkust is door inlanders
ingenomen, die van de Chinezen onafhankelijk zijn, wier magt zich slechts over
de west- en noordkust en omstreeks 4 m. binnenwaarts uitstrekt. De Chinesche be-
volking bedraagt 2 millioen. De hoofdst. heet Thai wan-foe.
II. ^Vfandzjoerye.
Dit zeer groot, maar slecht bevolkt land (34,000 v. m., met 2
mill. bew.) ligt aan den Amoer of »Sa^a/zen, zijnde de hoofdrivier, die
uit de vereeniging van de Argoea en de ontstaat, alsmede aan
de Ochotskische en Japansche zeeën. Het ligt zeer hoog, en is zoo-
wel aan de grenzen als meer binnenwaarts met bergen bedekt, die
zich tot aan de kust uitstrekken. Aan de noordgrenzen heeft men
de hooge bergketen Jahlonoi Chrebet of Buüen-Chinggan; in het bin-
nenland heeft men den Biane-n-Ckinggan of Sialkoi-keten. Van de
grenzen naar Koi-ea toe, strekt zich langs de zeekust, tot aan den
mond van den Sagalien, het Si-ki-ti-gebergte uit. Het zuidelijk uit-
einde dezer keten draagt den naam van het Witte gebergte. Het
grootste gedeelte van Mandzoerye is'met bosschen bedekt, die de
verblijfplaats van wilde dieren zijn. Het zuidelijkste is bebouwd, en
brengt koren, tabak, boomvruchten, enz. voort. De inwoners, voor
een gedeelte nomaden, behooren tot de godsdienst van Fo, en zijn
in verschillende stammen verdeeld, waaronder de stam der Man-
dzjoes, ook wel Njoetsjea geheeten, de veroveraars van China ge-
weest zijn.
Sjieng-Jang of Mukden (bij de Chinezen Fong-tjen-foe), hoofdst. in een zeer vrucht-
baar oord, heeft eene groote militaire bezetting, en is de hoofdzetel der regtbanken
voor de Mandzjoerysche landen van het Chinesche rijk. Tjietsjikar, hoofdstad eener
provincie van gelijken naam, aan de Nonni-Oela, is eene koopstad. Sagalien^Oela
of Helang-kiang-tsing, aan den Amoer, is de hoofdpl. van de noordoostelijke di-
stricten. iCilien-Oela is de verbanningsplaats der Chinezen. Niengoela, aan de
Hurha, is de stamplaats van het Chineesch keizerlijk huis. Fong-hoean-ting, grensstad,
is de eenige plaats waar met Korea handel gedreven wordt. — Sandanheet een
landschap in Mandzjoerye, dat in het westen door hooge gebergten van het overige
Mandzjoerye gescheiden is, in het o. enz. door de zee bespoeld en van den Amoer
doorstroomd wordt, die zich hier ontlast. De inwoners zijn meestal visschers en
staan onder stamhoofden, doch erkennen dc Chinesche opperheerschappij. Ten
zuiden van Mandzjoerye, in de Gele zee, ligt de onlangs ontdekte groep eilan-
den , onder den naam van Archipel van Jean Potocki bekend, wier getal 18
bedraagt.