Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
244 AZiti.
nastie te doen vallen. Ann het hoofd der opstandelingen {Ming-sjkn, d.i. Ming-
volk) staat een voorgewende afstammeling van de voormalige Ming-dynastie.
Hij wordt door de zijnen als zoon des Hemels erkend, cn aun het tijdvak
zijner regering werd reeds de titel van tjen-ti (d. i. des Hemels deugd) ge-
geven. De opstandelingen stellen tevens eene nieuwe godsdienst voor, die uit
Roomsch-Katholieke, Joodsche en Boddhaïstisehe elementen is bijeengeflanst.
Van 1851 tot 1854 hebben de opstandelingen een groot gedeelte van China,
zelfs Nan-king, Sjang-hai en andere plaatsen, veroverd. Deze opstand, ge-
voegd bij den tegenwoordigen oorlog met de Engelsehen, kan van onbereken-
bare gevolgen zijn.
Dit rijk beslaat de ontzaggelijke oppervlakte van 243,000 v. m..
tusschen Aziatisch Kusland, Turkestan, Voor- en Achtor-Indië, en
de Chinesche en Japansche zeeën, en bestaat uit eigenlijk China en
de onderworpene landen Mandzjoerye, Mongolye en het Weatlavd. Schat-
pligtig zijn bovendien nog Tibet, met de Himalaja-staten Bhoelan en
Ladach, de Achter-Indische staten Anam en Siam, het schiereiland
Korea, de Ljoekjoe- en de Soeloe-eilanden en de noordkuststreek van
Borneo. Tot dit rijk behooren de navolgende landen:
1. Cliioa.
Het eigenlijke C/iïna heeft eene oppervlakte van omstreeks 7.5,000
vierk. mijlen, en grenst ten oosten aan de Chinesche zee, waar-
van een gedeelte de Gele zee heet; ten zuiden aan de Chinesche zee
en Achter-Indië; ten westen aan Achter-lndië en Tibet; en ten
noorden wordt het door eenen muur van Mongolye en Mandzjoerye
gescheiden. Deze muur, reeds vóór 2000 jaren gebouwd, is dubbel,
terwijl de tusschenruimte met aarde en puin is aangevuld. Hij is 300
mijlen lang, 26 v. hoog, van boven 14 v. breed, en van vele torens
voorzien; hij loopt van de hoogste toppen der bergen door de diep-
ste dalen, en door middel van booggewelven ook over rivieren. Een
der hoogste bergtoppen, waarover de muur heenloopt, verheft zich
.5225 voet. — Het getal bew., dat zeer verschillend wordt opgegeven,
is, volgens John Bowiung. thans nagenoeg 400 millioen.
De grootste rivieren zijn de Iloang-ho of Gele rivier cn de Jang-
tsi-kjang of Blaauwe rivier, die beide in de Chinesche zee uitloopen.
Ook wordt het land van vele kanalen doorsneden, waaronder het
Keizers-kanaal het voornaamste is. Tot de grootste meren behooren
Tong-ting en Foe-jang.
De grond, die van wege den vlijt der inwoners zeer vruchtbaar
is, wordt, van de kust af, naar het binnenland steeds hooger. Het
midden is van vele bergen doorsneden, wier eigenlijke rigtingen niet
genoegzaam bekend zijn, en die van de gebergten van Midden-Azië
uitgaan. Vooral maken de bergen, welke van de keten Knen-loen
in Tibet voortkomen, zuidwestelijk China tot een van de hoogste
landen der wereld. Hiertoe behoort inzonderheid de keten Joen-
ling, die zich van het noorden naar het zuiden uitstrekt, China van
Tibet scheidt, en zich met den Pe-ling vereenigt. Aan het uiterste
einde van den Joen-ling neemt de Nan-ling eenen aanvang. De
noordelijke en oostelijke streken hebben een vrij koud klimaat;
in de zuidelijke daarentegen is het heet.
De producten zijn inzonderheid goud- en zilver-fazanten, kor-
moranen of zeeraven, die tot de vischvangst gebezigd worden; zijde;
rijst, waarvan een groot deel der inwoners zich onderhoudt; ka-
toen, ananassen, suiker, indigo, betel, rabarber, kinawortel, kam-