Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET CHINESCHE RIJK. 2i3
3. LiJieemsche ihinastiën. Van 2207 v. Chr. tot 1279 n. Chr. De stichter van clc
derde dynastie, Tsjeüe (1122—249 v. Chr.), heette Woe-wang, en is, zoo men
wil, met eene kolonie uit het westen, misschien uit Egypte, gekomen, vanwaar
hij nieuwe elementen tot beschaving heeft medegebragt. Cokfüciüs (Kon-foe-tsi ,
van 552—477 v.Chr.) is de stichter eener nieuwe godsdienst, inzonderheid eener nieuwe
zedeleer, en schrijver van het sjoe-kong, of geschied- en wetboek der Chinezen.
Zijn oudere tijdgenoot was de godsdienstleeraar Lao-tsi. Invoering van het Bod-
dhaïsmus onder Ming-ti, van 58—76 n. Chr. De eerste Nestoriaansche priester,
Olopen, is, naar men wil, in 635 in China gekomen, en heeft te Sja^tsjeen de
eerste Christen-kerk doen bouwen. Inval van DzjiNGis-chan uit Mongolye in
Noord-China en verovering van Peking, in 1215. Verovering van Zuid-China door
de Mongolen. Overwinning op zee, door de Mongolen, bij Kanton, onder Koe-
nlai-chan, kleinzoon van DzjiNGis-chan, in 1279. Ti-ping, de laatste keizer uit
het huis Song, verdronk zich met zijn geheel gezin.
4. Mongoolsche dynastie der Joeans. Van 1279—1368. De eerste Mongoolsche
keizer KoE-rlai-chan (1279—12941 verlegde de residentie naar Peking, bevorderde
kunsten en wetenschappen, en deed het Keizers-kanaal graven. Onder timoer-
chan (1294—1307) kwamen, door paus Nikolaas V gezonden , de eerste Roomsch-
Katholieke Christenen met den minderbroeder Montecorvino te Peking, doch
vonden bij de verbreiding hunner kerk groote zwarigheden in de Nestoriaansche
Christenen. Opstanden noodzaakten den keizer Sjoen-ti (1322—1368) naar zijn
stamland, in Mongolye, de vlugt te nemen, waar zijn zoon Bi-soer-dar het rijk
der Chalka's stichtte.
5. Inlandsche dynastie van de Mings. Van 1368—1644. Deze werd gesticht door
Tsjoe , den aanvoerder der opstandelingen tegen de Mongoolsche keizers. Nu
volgden 16, meestal goede keizers, elkander op. Macao werd in 1557 aan do
Portugezen afgestaan. In 1583 begon de Jesuït Mattihas Ricci het Christendom
te verbreiden, en kwam in 1600 zelfs aan het keizerlijk hof. De laatste keizer
was IIoA-tsung, die van 1627—1644 regeerde. Gelukkig geslaagde opstanden,
onder den aanvoerder Li-tsjing, bragten den keizer tot wanhoop, zoodat hij zieli
het leven benam. Een veldheer des keizers riep nu in 1644 Tai-tsoeng, den ko-
ning der Tongoezen of Mandzjoes, nit Mandzjoerye tegen de rebellen te hulp.
Deze kwam, dempte den opstand, en wilde zich als keizer van China op den
troon zetten, toen hij in 1644 stierf. Zijn zoon Sjoen-sji werd echter inderdaad
keizer en stichter van de Mandzjoe-dynastie.
6. Mandzjoe-dynastie, of dynastie van Ta-tsing , sedert 1644. Van dit jaar af
regeerden de volgende keizers:
a.Sjoen-sji, van 1644—1661. De Russen ontvangen verlof om jaarlijks een
handelskaravaan naar Peking te zenden.
ó. Kang-hi, van 1661—1722. Een uitmuntend vorst. Vrije uitoefening van de
R. K. godsdienst en groote verbreiding daarvan sedert 1671. Onderwerping
van Formosa in 1683, der Mongolen in 1697. Oorlog met de Russen wegens
verschillen van grenzen aan het noorden van Mongolye, van 1684—1689. Fran-
schen en Britten vestigen zich te Kanton in 1720.
c. Joeng-tsjing, van 1722—1736. Uitmuntend keizer. Verdrijving van de R. K.
zendelingen uit alle scholen van het rijk.
ri. Kien-lung, van 1736—1796. Alleruitstekendst keizer. Vele celukkig uitge-
vallene oorlogen. Onderwerping van Dzjongarye in 1757. Vervolging der
Roomsch-Katholieken, van 1746—1773.
e. Kja-tixg, van 1796—1820. Ten hoogste wreed. Zeer gevaarlijke zeeroovers-
oorlog, inzonderheid aan de zuidkust. Invoering van de koepok-inenting in
1803. Morrison, de eerste Engelsche zendeling (1807; vertaalt den bijbel in
het Chineesch.
ƒ Miau-ning (of Tao-koeang), van 1820—24 Febr. 1850. Vredelievend. Ge-
heime genootschappen en oproer in de binnenlanden. Ongelukkige oorlog met
Engeland van 1840—1842, die de Engelschen begonnen, daar de keizer den
schandelijken en hoogst verderfelijken, doch zeer winstgevendcn opiumhandel
der Engelschen te Kanton niet wilde toelaten. Afstand van het eiland Hong-
kong aan dc Engelschen, die ook het eiland Tsjoe-san kregen. De vijf ha-
vens, Kan-ton, Am-oy, Foe-tsjioe, Ning-po en 8jang-hai, worden voor Euro-
pesche handelgemeenschap geopend. Edict van verdraagzaamheid voor het
Christendom en toestemming om kerken te mogen bouwen, in 1845. Groote
ijver van Protestantsche en R. K. zendelingen. K. Gützlaff, geboren in 1803
te Pyritz in Pommeren, Protestantsch zendeling sedert 1827, en bepaaldelijk
in China sedert 1835, sterft te Victoria, op Ilong-kong, in 1851.
jit-sjoE, sedert 24 Febr. 1850. Hij gaf aan de periode zijner regering den
naam van Ilioe-fong, d. i. overvloed vau zegen. Hij toonde zich een verlicht kei-
zer, en dit loklc waarschijnlijk een grooten opstand uit, om de Mandzjoc-dy-
IG*