Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
NATUUR- EN STAATKUNDIGE
AARDRIJKSBESCHRIJVING.

De oppervlakte des aardbols bestaat uit land en water, van welke
het eerste bijna | en het laatste ruim ^ dier oppervlakte bedekt (*).
Het land bestaat uit grootere en kleinere deelen, die op de eene of
andere wijze aaneenverbonden zijn, of op zichzelve liggen: aan deze
grootere deelen geven wij den naam van vast land; de kleinere noe-
men wij eilanden. Het grootste der eersten, dat in het oostelijk half-
rond ligt, was reeds gedeeltelijk bij de ouden bekend, en wordt
daarom Oude Wereld genoemd. Deze Oude Wereld werd door hen
gesplitst in 3 dee/en, namelijk Europa, Azië en Afrika; vandaar
de naam wereld deelen. Onder Nieuwe Wereld wordt doorgaans verstaan
het later aan ons bekend geworden vaste land van Noord- en Zuid-
Amerika, in het westelijk halfrond, dat gewoonlijk als één 4"«
werelddeel, onder den naam Amerika, wordt aangemerkt (l). Men
kan echter onder Nieuwe Wereld nog daarenboven begrijpen het later
ontdekte Australië, welks vast land den naam Nieuw-Holland draagt,
en een eerst kortelings ontdekt uitgebreid vastland in de Zuidpoolzee,
waaraan sommigen reeds den naam Adelia hebben gegeven. Be-
schouwt men Noord- en Zuid-Amerika slechts als één werelddeel,
dan is Australië een 5'i® en Adelia een
De eilanden, d. i. landen, die geheel door water omringd zijn en
welke men gemakkelijk omzeilen kan, worden steeds gerekend tot
een of ander werelddeel te behooren. Men kan ze onderscheiden in
vastelands- of hist-eilanden, die digt bij het een of ander vaste land
liggen en er blijkbaar deelen van zijn, en zee-eilanden, die meestal
in verstrooide groepen in den oceaan liggen, en onafhankelijk van
het vaste land gevormd schijnen te wezen. De laatsten worden weder-
om verdeeld in hooge en lage eilanden. De eerste steken hoog boven
de zee uit, hunne bergen hebben doorgaans eene aanzienlijke hoogte,
en zijn van vulkanischen aard; de lage eilanden, die zich slechts
weinig boven de oppervlakte der zee verheffen, zijn producten van
koraaldieren, en worden daarom ook koraal-eilanden genoemd. Zij
bestaan uit eenen kringvormigen ring land, meteen (meestal ondiep)
meer in het midden.
Het land vertoont op zijne oppervlakte bergen, dalen en vlakten.
(•) De geheele oppervlakte der aarde beslaat, zoo als reeds gezegd is, 9,288,000
vierkante mijlen. De oppervlakte van Europa bestaat 168,000, die van Azië 882,000,
van Afrika 544,000, van Amerika 667,000, van Australië 160,000 en van Adelia
(naar gissing) 170,000, derhalve te zamen 2,591,000 v. mijlen land; het overige
is water.
(t) In het Spaansch heeten do deelen der Oude Wereld^«/-o/ia, Asia en Africa;
de Nieuwe Wereld echter heet las dos Americas (de twee Amerika'a).