Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AZIATISCU TLIÏKIJE. 231
Kanaan verliet, naar Egypte verhuisde, en eerst omstreeks 1400 vóór Ciiu. als
veroveraars terugkeerde. Met de Israëlieten waren vermaagschapt: I. De Edo-
mieten (Idumcers), van Esaü afstammende, die zich iu het gebergte Seïr metter-
woon vestigden (Numeri XX, 14 en verv. .XXI, 4; Richt. XI, 17), steeds vijanden
der Israëlieten waren, en zelfs slechs door David ter loops overwonnen konden
worden (II öam. VIII, 14). Hunne geheele onderwerping gelukte eerst aan Jo-
hannes Hyrkakds (135—105 vóór Cim.). 2. De Ismaelietaiy nakomelingen vau
Abraham, van zijnen zoon isiiaël, woonden ten oosten en zuiden van Kanaiin,
op het schiereiland van den Sinaï. 3. De Moahieten en Amnionktmj beide van Lot
afstammende (Gen. XIX, 37, 38), ten oosteu van den Jordaan en insgelijks vij-
anden der Israëlieten.
Bovendien drongen zich naar de grenzen van Kanaiin nog Arabische rondzwer-
vende stammen, b. v. de Amalekieten (Gen. XIV, 4), ten zuiden van Kanaiin naar
Egypte; de Kadmoneërs (Oostlanders) met de Midianieten (Gen. XV, 19).
Staatkundige verdeeling. Reeds Mozes deelde het land ten oosten van
den Jordaan aan de stammen Roben, Gad en ^ Manasse toe, terwijl het West-
Jordaanlaud aan de overige 9§ stammen werd toegedeeld. Van het geheele ge-
bied waren 48 steden voor de Levieten bestemd. De grenzen der 12 stamge-
bieden zijn nooit geheel en al afgebakend geweest en ook dikwijls veranderd.
Later werd het land in twee koningrijken gesplitst, Juda en Israël, en ten tijde
van Jezos Christus hadden zich vier provinciën gevormd, namelijk:
1. Judea (Juda, Benjamin, Dan, Simeon, \ Ephraim].
2. Samaria Ephraim, ^ Manasse).
3- Galilea (Isaschar, Zebulon, Naphthali en Aser).
4. Perea, d.i. het gebied aan gene zijde, namelijk ten oosten van den Jordaan,
PLAATSBESCIIUIJVIXG.
1. Judea.— Jerusalem (thans Soliman), de heilige stad, ligt op vier heuvels eener
landtong, die iu het westen en zuiden door het dal Wnnom en in het oosten door
het dal Josaphat (Kidron) begrensd wordt, circa 2450 voet boven de zee. Het zui-
delijk gedeelte der stad is de Sion, aan welks oostzijde nog het dal Thyropoön
(Kaasmakersdal) grenst, en zich met de twee opgenoemde dalen vereenigt. De Sion
bestaat thans uit de Jodenwijk, de citadel en het Armenisch klooster. Het laatste
is het rijkste klooster in het Oosten, en bestaat uit een groot blok huizen en
binnenplaatsen. Men wijst hier onder anderen de plaats aan, waar Jezus voor
Uannas heeft gestaan, en waar de apostel Jacobus onthoofd is. In de Joden-
wijk wijst men het huis van Kajaphas, thans ook een Armenisch klooster, —
het huis, waar het Heilige Avondmaal werd ingesteld, en daar naast het huis,
waar Maria na den dood van Jezos geleefd heeft. — Ten noorden van Sion ligt
de wijk Akra, waar vroeger Golgotha was, en waar het Heilige Graf thans de
hoogste belangstelling wekt. Niet ver van daar is de tuin van Bathseha, tegen-
over den burg van David en de wijk Sion. — Ten noordoosten van Akra ligt
de hoogte Bezetha, waaraan zich geen herinneringen uit dc oudheid verbinden. —
Ten zuiden hiervan ligt do berg Moriah, die verder zuidwaarts op, in eene on-
bebouwde smalle landtong, tusschen de dalen Josaphat cn Thyropoön eindigt,
welke Ophel heet. Merkwaardig is hier de moskee, onder welker koepel zich,
door twee traliedeurcn afgesloten, het heiligdom der Mohammedanen bevindt,
namelijk de steen, die eens Jakob als hoofdkussen heeft gediend. Nabij dc mos-
kee ligt het huis van Pilatus, waar nog de zaal wordt aangewezen, in welke
Jezus met den purperen mantel werd bekleed. Evenzoo vindt men zoowel elders
in de stad als in de omstreken verscheidene andere plaatsen, die aan de lijdens-
geschiedenis herinneren. Ten noordoosten van Jerusalem ligt de Olijfberg met
al zijne herinneringen, do plaats, van waar Jezus triomferend Jerusalem binnen-
trok, die getuige van zijnen laatsten doodstrijd was, en waar hij door eene wolk
aan het oog der zijnen onttrokken werd. Aan zijne afhelling lag ßethphage, en
een uur verder oostwaarts Bethanië (thans Veit Aria, een dorp met 600 inw.). Dc
Olijfberg is 2550 voet hoog, en levert een heerlijk uitzigt op. (Jerusalem in 1090
ingenomen door Godfried van Bouillon, in 1187 door Saladin.) — Thans la-
ten wij do overige plaatsen van Judea volgen.
Bethlehem (d. i. Broodhuis, thans Beit-el-ham), het eerst Gen. XXXV, 19 voorko-
mende, heette vroeger Ephrath; van daar haar bijnaam Ephrata (Micha V, 1). Hier
viel de geschiedenis van Ruth voor (kap. I, 1); hier werden David (I Sam. XVI,
I , XVH, 12) en Christus geboren, en hier heeft de kindermoord onder Hekodes
plaats gehad. Thans is Bethlehem een onaanzienlijk plaatsje, door circa 300 Chris-
tenen bewoond. —Jericho (d. i. Palmstad), voorheen een koningszetel (Jos. II, 2 ,
XII, 9), in een welbebouwd oord, is thans een ellendig dorp. Tusschen hier eu
Jerusalem In'eidt zich de treurige woestijn Juda uit, waar de barmhartige öumari-