Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AZië. 219
keten kcan men beschouwen den Kaulcazns tusschen de Zwarte en de
Kaspische zee, en den Bolor-dag, die zich van het gebergte liin-
doe-koe scheidt en vervolgens naar het Moestag-gebergte loopt,
door hetwelk de zuidelijk groote bergketen met de noordelijke ver-
bonden wordt.
Afgescheiden van de gezamenlijke bergmassa van het Aziatische
hoogland, verheffen zich nog in het zuiden het Arabische gebergte^
het Viadja-gebergte en de Gates in Oost-Indië, en in het noorden het
Oeral-gebergte. Vele van deze gebergten zijn met eeuwig ijs en sneeuw
bedekt. Merkwaardig is voorts de uitgestrekte en merkwaardige diepte,
die het land in Azië vertoont, voornamelijk van den benedenloop
der rivieren Amoe en Sir, tot aan den benedenloop van de Oeral
en de Volga, in welke landruimte van nagenoeg 10,000 vierk. mijlen
de grond verre beneden de oppervlakte der zee ligt; zoodat het
diepste punt, de Kaspische zee, volgens de nieuwste onderzoekingen,
wel 100 voet lager dan de Zwarte zee is.
De meest bekende voorgebergten zijn: in het hooge noorden de
JJskaap, in het n. o. de landspits Tsjoehotsjoi-nos en de Ooatkaap^
die beide in de Beringstraat uitsteken, en in het z. kaap Komorien
en de kaap xKin Uomaniay de zuidelijkste spits van het geheele vaste
land van Azië.
Wegens de groote uitgestrektheid, is het klimaat zeer verschil-
lend. Noord-Azië is voor een gedeelte buitengemeen koud; Midden-
Azië aangenaam, en door zijne hooge ligging van eene gematigde
warmte; Zuid-Azië daarentegen zeer warm. Hieruit volgt, dat er
insgelijks eene groote verscheidenheid van producten bestaat, als-
mede, dat de landen in vruchtbaarheid zeer verschillen. Vele stre-
ken zijn ter bebouwing ongeschikt, terwijl andere eene groote me-
nigte voortbrengselen hebben, die in Europa ontbreken.
Het getal inwoners zou, volgens de jongste opgaven in aardrijks-
kundige werken, omstreeks 750 millioen bedragen, doch is, gelijk
wij straks zien zullen, veel grooter. Men kan hen, volgens hunne
godsdienst, onderscheiden in Mohammedanen, Heidenen, Christenen en
Joden, en volgens hunne afstamming in Kaukaziërs, Mongolen, Maleijers
en Negers,
Geheel Azië laat zich verdeelen in: Aziatisch Rusland, Aziatisch
Turkije^ Arabië, Perzië, Onafhankelijk Tatarije, China, Japan en Indië,
ASeiATISCSI RUSEiAÏ^D.
Even als men tegenwoordig van een Aziatisch Rusland spreekt, zoo bestond er,
omgekeerd, vdór vier eeuwen een Europeesch Mogohje; toen stond namelijk het
nog kleine Kussische rijk onder den chan van Kaptsjak, uit het geslacht van
DzjiNGis-chan. Toen echter dit chanaat verdeeld werd in Kazan, Astrachan,Krim
enz., werd ook Rusland vrij, en het begon nu van zijne zijde zich naar het oosten
cn zuiden uit te breiden. In 1554 vielen de rijken Kazan en Astrachan in zijne
magt, en sedert 1581 het uitgebreide, door weinig menschen bewoonde Siberië.
Tegen het einde der zeventiende eeuw rukte Peter de Groote tot Azov voort, en
later -werd Katharina II meesteresse van de geheele streek ten noorden der Zwarte
zee. Do spaarzame bevolking dezer slechts weinig bebouwde landen was zeer
gemengd. In Kazan en Permië leefden hoofdzakelijk Finnische stammen, als
Wotjaken, Permiers, Tsjevremissen enz.; en in het rijk Astrachan deels Turko-
manisch-Tataarsche horden, als Nogajers en Baskiers, deels eigenlijke Mogolen,
inzonderheid Kahnukken. Bij heo voegden zich nu sedert do verovering ook Rus-
sen, inzonderheid in de steden, wier klein getal door nieuwe vermeerderd werd,