Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AZië. 217
slacht wordt sjach Abbas genoemd, die omstreeks het jaar 1600 regeerde; maar
hij was ten minste een tiran vol geestkracht, en maakte zijne hoofdstad Ispahan
tot eene der schitterendste steden. Toen de Sofias eindelijk in hrasserij en andere
buitensporigheden zichzelve te gronde rigtten, werd aan hnnne dynastie een einde
gemaakt door den vernietelen, hebzuchtigen en hardvochtigen veldheer Koeij-
chan, een Tnrkoman, die van kameeldrijver zich tot sjach opwerkte, en van 1736
tot 1747 den naam van sjach Nadier droeg. Vreeselijker heeft nooit een Azia-
tisch of Afrikaansch tiran zijne onderdanen mishandeld en vau hun geld en goed
beroofd dan hij. Vele duizenden huisgezinnen namen de vlugt uit zijn land; ge-
heele dorpen, vlekken en steden werden verlaten en stonden ledig. Belust op de
rijkdommen van den Groot-Mogol, stak hij met 125,000 man den Indus over, en
daar geen Akbar of Aoreng-Zeb meer regeerde, en bet Groot-Mogolsehe rijk in
wanorde was, viel het hem niet moeijelijk Delhi te veroveren. Verschrikkelijk heeft
hij daar huisgehouden: 120,000 menschen werden vermoord, en met schatten , meer
dan 800 millioen guldens aan waarde, trok de Muzelmansche verwoester weder af.
Voor het overige was hij de laatste monarch van Perzië, die voor zijne naburen
gevaarlijk is geweest; want nahem werd Iran weder in verscheidene kleine staten
verdeeld.
Of zich voor de aanstaande geslachten van Azië door den invloed der tegen-
woordige Europesche beschaving een gelukkiger lot voorbereidt, moet de tijd lee-
ren. Het is nu drie eeuwen geleden, dat de zeeweg om de zuidkust van Afrika
heen ontdekt werd en Europeanen naar Indië stevenden; maar dit waren helaas
in het eerst Portugezen, die aldaar niet beter dan Muzelmannen te werk gingen,
en insgelijks despotisme en godsdienstwoede, geenszins vrije burgerlijke regten,
noch de godsdienst der verdraagzaamheid en verlichting medebragten, gelijk aan
echte Christenen betaamd had. Vasco de Gama was de eerste Portugees en tevens
oe eerste Europeaan, die Afrika omzeilde (in 1498) en aan de kust van Malabar
landde. Alras breidde zich de magt der Portugezen langs de kusten uit, tot hun
ijver verminderde en hunne hebzucht hen gehaat maakte. Toen zochten andere
Europesche natiën aan hunnen rijken handel deel te nemen. Dit gelukte het eerst
den Nederlanders, die koloniën op de eilanden van Achter-Indië stichten en hunne
voorgangers uit vele bezittingen verdrongen, inzonderheid uit Ceylon ende Specerij-
eilanden. Ofschoon zij nu wel geen inquisitie of Jezuïten medebragten, is het toch
niet te ontkennen, dat zij dikwijls meer om zichzelve dachten dan om het heil der
inlanders. Toen begonnen Pranschen en Engelschen in de wateren van Oost-Indie
met elkander en met de Nederlanders, om des handels en gewins wille, te wedijve-
ren. De Engelschen verkregen de overhand, en hebben ten laatste niet alleen do
meeste voormalige Portugesche, maar vervolgens ook Nederlandsehe bezittingen
zich toegeëigend; ook van de kust van Oost-Indië, tot aan het binnenste van het
uitgebreide schiereiland, maakten zij allengs groote veroveringen. In het eerst
hadden hunne nederzettingen slechts het uitoefenen van handel ten doel; daarom
was het ook niet de Engelsche koning, die schepen en krijgsvolk zond, maar eene
maatschappij van Engelsche kooplieden, de Oost-Indische Compagnie genaamd,
deed het. De leden daarvan schoten geld bijeen, rustten schepen uit, en deelden
de winst naarmate van hunnen inleg. Weldra echter in oorlog met Europesche
mededingers cn met de Muzelmansche en Indische vorsten des lands, konden zij
de ondersteuning van de Britsche regering en derzelver leger niet ontberen. Dit
voerde tot groote veroveringen, doch bragt ook een geregeld, de bedwongen In-
diërs beschermend bestuur te weeg. Dat echter do Indische bevolking met dat be-
stuur geen onbepaald genoegen neemt, blijkt uit den opstand, die, terwijl wij dit
schiijven, tegen het Engelsche bewind is uitgeborsten.
Azië grenst ten westen aan de rivier Kara, liet Oeral-gebergte,
de rivier Oeral, de Kaspische zee, den Kaukazus, de straat van
Kaffa, de Zwarte zee, de straat van Konstantinopel, de zee van Mar-
'mara, de straat der Dardanellen, de Egesehe of Grieksche zee, de
Middellandsche zee, de landengte van Suez (waardoor het met Afrika
verbonden is), de Koode zee en de straat van Eab-el-Mandeb; ten
zuiden aan den Indischen Oceaan, waarvan de deelen hier zijn de
Arabische, Eengaalsche, Soendasche en Chinesche zeeën; ten oosten
aan den Grooten Oceaan, die hier de Gele zee, de Japansche, Ochots-
kische en Kamtsjatkische zeeën vormt, cn aan do Beringstraat, die
het van Amerika afscheidt; en ten noorden aan de Noordelijke IJs-
zee. De grootte bedraagt ruim 800,000 vierk. mijlen.