Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AZIË.
Azië houdt men voor de wieg van het menschelijk geslacht. Waar echter het
Paradijs, d. i. een waterrijk en met allerlei gewassen gezegend land gezocht moet
worden, weet men niet. Er zijn vele dergelijke oorden, zoo aan de zuidelijke af-
helling van het Armenisch gebergte, als aan den Hindoekoe in de heerlijke vallei
van Kasjmir, aan den Jun-lin iu China, en in andere bergstreken. In eene schoone
en rijke natuur moeten de eerste menschen wel geschapen zijn, daar zij nog geen
middelen bezaten om zich voedsel en deksel te verschafTen. Vele eeuwen ver-
liepen echter voordat zij zich verre om zich heen verspreidden, en, in bijzondere
volken gesplitst, steden bewoonden en staten grondvestten.
De geschiedeni.s van den oudsten tijd verhaalt ons iets van Voor-Azië en het
nabijgelegen Nijlland in Afrika; in het oosten van Azië laat zij echter slechts
onzekere blikken doen. Tot de voornaamste groote steden rekent zij de vol-
gende: Palibothra, aan den Ganges, waar men nu Benares heeft; Maliarfa, thans
Mavalipuram, aan de kust van Koromandel; Baktra, nabij den Oxus, waar het
tegenwoordige Balk ligt; Babyion (*), aan den Euphraat; Ninevé, in Assyrië, aan
den Midden-Tigris; Ekbatana, in Medië (Noordwestelijk Iran), aan de oostelijke
afbelling van den Zagros, waar men nu Hamadan heeft j Damaskus, ten oosten
van den Libanon, in Syrië; Tyrits en Sidon, in Phenicië, aan de Middellandsche
zee; Troje, nabij den Hellespont; Tl/eron, aan den Boven-Nijl, in Abyssinië j Thebe
en Memphis, aan den Nijl, in Egypte, enz.
De meesten waren koninklijke hoofdsteden, met uitzondering van do Phenici-
sche, die meer door handel, scheepvaart en nuttige uitvindingen zich beroemd
maakten. Men wil dal van daar de schrijfkunst naar Europa is overbragt. Hare
schepen bezochten alle kusten der Middellandsche zee, waar zij koloniën aanleg*
den (b. v. Karthago) , en voeren door de straat van Gibraltar; zelfs Afrika werd
eens omzeild. Dat in de nabijheid der Pheniciërs zich uit Egypte gevlugte He-
breërs vestigden en Jerusalem bouwden, als ook dat Juda en Israël met Phenicië
door de magtige vorsten van Babyion onder het juk werden gebragt, is uit den bijbel
bekend. Toen verhief zich uit het land Fars of Perzië, dat aan Medische vorsten
gehoorzaamde, de stoutmoedige CrRDS (KoREs),die in den oorlog gelukkiger was
dan eenig veroveringzuchtig koning vóór hem. Hij onttroonde den Mediër Asty-
AGES, wiens kleinzoon hij was, en onderwierp aan zich geheel Medië, Syrië, Baby-
ionië, kortom, bijna geheel Voor-Azië. Zoo stichtte hij omstreeks 550 j.v. Chr. het
eerste Perzische rijk, dat door zijnen naasten opvolger, Cambyses , nog werd uit-
gebreid, zoodat het zich ten oosten tot den Indus en den Oxus uitstrekte, en Egyp-
tenaars hem moesten gehoorzamen. De godsdienst van den staat was de zonne-
en vuurdienst, zoo als die kort te voren door Zerdoesj of Zouoaster bepaald
was. De residentie was Soejia (ten zuiden van Ekbatana, en ten noorden der
monden van den Euphraat-Tigris) en de koninklijke begraafplaats (in het
zuidoosten eenen hoogvlakte van Iran, van welke nu nog in eene woeste streek
zuilen en poorten als overblijfsels te zien zijn). Merkwaardig is het, dat de for-
tuin der magtige Perzische monarchen schipbreuk leed opeen klein volk, dat tus-
schen de Ionische en de Egesehe zee woonde, en de eilanden daarvan, zoowel
als het naburige kustland van Klein-Azië, van steden voorzien had. Dit waren
de Hellenen of Grieken. Koning Darios en zijn opvolger Xekxes, die een half
millioen menschen over den Hellespont naar Europa voerde, moesten beide voor
weinige duizenden van Grieken wijken. Maar die weinige duizenden waren bezield
door het gevoel, dat het schande was de vrijheiden onafhankelijkheid van het va-
derland te verliezen, en het hun tot grooten roem moest strekken, liever te willen
sterven dan zich aan een vreemden despoot en veroveraar te onderwerpen. Grie-
kenland was in verscheidene republieken verdeeld, waarvan twee, Sparta en Athene,
onsterfelijk zijn geworden; heldhaftige manuen van Sparta en Athene overwonnen
de Perzen te land en te water.
(") Bab-hyl-on (beter Bab-el-on:) is letterlijk stad {burg, poort) der zon (Grieksch Hcliopolis).
Deze naam , dien n y zouden denken dut men ti^^uurlyk (als prachtige stad) mout opvatten , is aaa
velti steden in de oudheid gegeven. Babd zoowel uU On zijn verkortingen ur vau.