Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
208 EUROPA.
De grond, zoowel die van het vaste land als der eilanden, is
meer bergachtig dan vlak. De bergen op het eerste zijn meest bekend
onder den naam van het Grieksche of IJeJlenische gebergte, en daartoe
behooren de Oeta of Knmnyta met den bergpas Thermopylae, de Par-
nassns of Liakara en de Helikon of Sagara in het noorden; in het zui-
den heeft men de Tayqe.tes. Zij doorsnijden het geheele vaste land,
en eindigen in onderscheidene voorgebergten, waarvan kaap
het zuidelijkste punt des lands uitmaakt. De hoogste dezer bergen
vindt men op het schiereiland Morea, waar toppen zijn, die zich
7200 voet boven de oppervlakte der zee verheffen, liet klimaat is
over het geheel aangenaam en gezond.
ïot de producten behooren vooral: vee, meest schapen en gei-
ten, zijde, honig en was, katoen, wijn, olijfolie, ko.stelijke zuid-
vruchten, krenten, velerlei metalen. sal[>eter, aluin, zout, fraai mar-
mer, enz.
De landbouw en het fabriekwezen zijn bij de Grieken nog in
hunne kindsheid; met meer ijver leggen zij zich op veeteelt, koop-
handel en zeevaart toe.
De inwoners zijn grootendeels Grieken, die eene eigene taal heb-
ben, namelijk het Nieuw -Grieksch, en tot de Grieksche kerk behooren.
Er zijn ook Albanezen, Duitschers {vooral uit Beijeren) en Joden.
Griekenland is eene bepaalde monarchie, aan welker hoofd koning
Otto I staat, en wordt verdeeld in 10 nomarchiën of provinciën,
die wederom in eparchiën of stadhouderschappen (te zamen 49) ge-
splitst zijn.
1. Livadië (noordelijk Griekenland).
1. Nomarchie Attica en Boeotië, met 105,000 bew.
Athene., weleer de beroemdste stad der oudheid, in eene fraaije, met olijf boo-
men bedekte vlakte, aan de thans bijna uitgedroogde rivieren Ilyssus en Cephis-
sus, heefc eene sterke citadel, de Akropolis genoemd, en vele overblijfselen van
hare oude heerlijkheid. (Ingenomen 40.5 v.Chr.; slag bij het vlek Marathon, 490 v.
Chr.) Zij is thans de hoofdstad des koningrijks en de residentie van den koning,
heeft een koninklijk paleis, eene universiteit en 34,000 inw. De Pyraeus, een der
3 havens van het oude Griekenland, maakt thans eene voorstad en haven uit van
Athene, waaraan zij door een kunstweg verbonden is, en telt 6000 inw. Het stadje
Megara, aan de landengte van Korinthe, is de geboorteplaats van Euklides.
Thiva, stadje op eene hoogte, aan den Ismenus, vertoont nog eenige bouwvallen
van het oude Thebe. Livadia, met tiOOO inw., nabij het meer Topolias en den
Helikon, heelt 6000 inw., en drijft, door middel van hare haven aan de golf van
Lepanto, levendigen handel.
Tot deze nomarchie behooren mede de eilanden: Egina of Acgina, nabij de
kust gelegen, en l v. m. groot, met 10,000 bew., die alle in de stad Egina wo-
nen; en Salamis of Coluri, in de golf van Egina, tegenover de haven van
Athene, l§ v. m. groot, met 5000 bew. eu het stadje Coluri. Beide eilanden zijn
rotsachtig, doch anders vruchtbaar.
2, Nomarchie Euboea, met 70,000 bew.
Zij bevat het eiland Euboea, Egribos of Negropont, het
grootste van den Archipel, door den Euripus, eene smalle zeeëngte,
van het vaste land gescheiden, zeer bergachtig en vruchtaar, en
voorts Skyros, Skopelos en eenige andere kleine, zoogenaamde
Sporadische, d. i. verspreid liggende eilanden.
Chalkis o^ Egribos, ook wel Negropont, versterkte hoofdstad, met GOOO inw., is
door eene brug, een meesterstuk der oude bouwkunst, met het vaste land ver-
bonden. Andere steden op Kuboea zijn Kwni cn Kaï^istros, ieder met iiOOO inw.