Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4 WISKUNDIGE AAUDllTJKSBESCHUIJVING.
23^ graad, op liet vlak, dat de zonsweg beschrijft. Deze schuinsclie
stand der aarde is de oorzaak van de ongelijkheid der dagen en
nacliten, alsmede van de afwisseling der jaargetijden.
Door dezen loop van de aarde om de zon schijnt voor ons oog
de zon eenen kring door het luchtruim te beschrijven, dien men zonS'
weg of ecliptica noemt. De ecliptica verdeelt men, te beginnen van
het lente-nachts-eveningpunt, in 12 gelijke deelen, van -vvelke ieder
SO graden bevat. Zij dragen den naam van hsmelteekens, of kortaf
teeJcens^ en worden genoemd naar de sterrebeeldcn, die er zich ï^rof-
ger in bevonden (*); te zamen vormen zij den dierenriem of zodiak.
Zij zijn de volgende:
'Y' De E,am,
V De Stier.
H De Tweelingen,
ffi De Kreeft.
De Leeuw,
rtp De Maagd.
=0= De Weegschaal,
m De Schorpioen.
De Schutter.
De Steenbok.
De "Waterman.
X De Visschen.
Lente-teekens. |
j Zomer-teekens, j

Herfst-teekens
Winter-teekens.
Noordelijke
of klimmende
teekens.
Zuidelijke
of dalende
teekens.
De kring door het luchtruim, even ver van de beide polen, die een
vlak beschrijft, dat door het middelpunt der aarde gaat, en waarop
de as loodregt staat, noemt men equator^ evenaar (d. i. gelijkmaker),
evennachtslijn of linie; welke naam te kennen geeft, dat op de punten,
■waar de zon den evenaar doorsnijdt, zij even lang boven als beneden
den gezigteinder vertoeft, en derhalve daar ter plaatse over de geheele
aarde de dag even lang als de nacht is. Het vlak van den zonsweg
snijdt het vlak, dat de linie beschrijft, met eenen hoek van graad.
De twee punten, waarin de zonsweg den evenaar doorsnijdt, noemt
men aeqxiinoctièn of nacht-evenitigspnnten. Een er van heet het
Dezen stand heeft de zon tusschen 20 en 22 Maart, en alsdan be-
gint bij ons de lente. Van dit punt verwijdert de zon zich schijnbaar
in de rigting naar de noordpool. Het herfstpunt daarentegen is dat,
van waar de zon schijnbaar de zuidpool naderbij komt. Dit punt
bereikt de zon omstreeks 23 September, Avanneer bij ons de herfst
begint.
De punten, -waarop de zon haren hoogsten of laagsten stand in
den zonsweg bereikt heeft, heeten zonnestilstandpunie» ^ en de dagen,
M'aarop dit plaats vindt, zonnestilstandsdagen; want op dien tijd be-
(*) De as van onze aarde heeft namelijk niet altijd den zelfden stand ten op-
zigte van derzelver loopbaan, maar zwamt heen en weder, zoo langzaam echter,
dat zij eerst in het groote tijdvak van 26,000 jaren haren vroegeren stand weder
bereikt. Ten gevolge daarvan zijn de nacht eveningspunten, sedert men den stand
der zon in een sterrebeeld bepaalde, een sterreboeld teruggegaan. Zoo staat de
zon op den zelfden tijd , dat zij vroeger in de Ram stond, nu in de Visschen.
Men heeft de beschrijving behouden, alleen met onderscheid, dat men nu niet van
sterre'oeelden, maar van teekens spreekt: op deze wijze valt het teeken van de jKa;n
thans in het sterrebeeld de Visschen,