Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
TUKKIJË IN EültOPA. _ iiOl
hoofdrivier des lands, die hier de San (waarin de Unna, de Verbas,
de Boiiia en de Brina uitloopen), de Morava, de Aloeta, de Siret
en de Proet opneemt, en zich dan in de Zwarte zee ontlast. Buiten
deze rivieren komen nog in aanmerking: do bevaarbare Maritza, de
Karasoe of Struma (voorheen Sliymon), de Vartar en do Salambrin,
die in de Egesehe zee stroomen, en de Dwina, die haren uitloop in
de Adriatische zee heeft. Onder de moren zijn do voornaamste
het meer liassein of Ramisin, en die van Scutari en Janina.
Europiseh Turkije is een bergland, dat niettemin ook vlakten
en over het geheel eenen uitstekend vruchtbaren grond heeft. De
bergketen strekt zich in den vorm van eenen halven cirkel uit van
de Zwarte zee tot aan de kust van Dalmatië, doch heeft in het
midden eene hoogvlakte met verscheidene kleine berggroepen, en
wordt van daar in de westelijke centraalketen (T.yar-dag) en de
oostelijke [Balbm, Hcemns) verdeeld. De eerste is de hoogste, na-
melijk ongeveer 8000, de andere bereikt naauwelijks 2 a 3000 voet.
Bijna de zelfde hoogte als deze centraalketen bereikt de Despolo-
dag (de Ithndope der ouden), namelijk bij de 7000 voet. In het
noordwestelijk gedeelte des lands vindt men de Dinarische Alpen.
Merkwaardig is de op zichzelven staande berg Atlios.
Ilet klimaat is aangenaam, doch in het noorden van liet hoofd-
gebergte ruwer, en in het zuiden hiervan warmer, zelfs tot eene
lastige hitte overgaande.
Niettegenstaande slechts een klein gedeelte van het land met vlijt
bebouwd wordt, heeft het toch een grooten rijkdom van producten.
Men vindt hier schoone paarden, kameelen, schapen met fijne wol,
geiten, zijde, mais, moes- en tuinvruchten, ooft, vlas, hennep,
wijn, alle edele zuidvruchten, maankop voor opium, eene soort mee-
krap (waarvan het duurzaam rood der Turksche garens), gomdra-
gant, katoen en tabak (twee hoofdproducten), in vele oorden aan-
zienlijke bosschen, berg- en zeezout, meerschuim-aarde en voortref-
felijk marmer. Men heeft er ook goud, zilver, lood, ijzer enz.;
doch de schatten van het mineraalrijk worden zeer veronachtzaamd.
De industrie is geenszins in eenen bloeijenden staat; Thes-
salie blinkt in dit opzigt nog het meest uit De meeste fabriekwa-
ren bestaan in bewerkt metaal, Turksch garen, marokijn, tapijten,
zijde, enz. De handel, onder den naam van Levanischen handel
bekend, is van gewigt, vooral met Engeland, Italië, Rusland,
Frankrijk en de Nederlanden.
Turkije in Europa bestaat uit de onmiddelijk onderworpene lan-
den en de vorstendommen, die aan de Porte (Turkije) schatting be-
talen. De eerste zijn, volgens Baliu, sedert 1844 verdeeld in 12
ejalets of stadhouderschappen, aan welker hoofd, naarmate van de
grootte en meerdere of mindere belangrijkheid, een onderkoning of
stadhouder staat; deze ejalets zijn verder verdeeld in liva's of pro-
vinciën , met een ondergouverneur aan het hoofd; de liva's worden
wederom gesplitst in kasa's of districten, en deze eindelijk in rta-
Jiiës of gemeenten. De 12 ejalets zijn de volgende:
1. Tsjiermen, zijnde het oude Tliracië.
2. iS i 1 is tr ia, gedeelten van Bulgarije.
.3. Widdin, » » »
4. Nio.sj, 1' » ))