Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
200 EUROPA.
(Ie Grieksche vorst Skandük-bkg in het Zuidelijk Illyrië en de Hongaarsche held
Itdnyad weerstand te bieden. De veroveraars drongen voort tot aan den Donau.
Sultan Mohammed II bedwong in 1453 Konstantinopel, en Somman de Prachtige
{1520—1566), voor wien Belgrad en Rhodus vielen, onderwierp het grootste ge-
deelte vau Hongarije, terwijl tevens Moldavië, "Walachijo en de Tataarscbe
Krim hem gehoorzaamden, en de zeeroover Haireddis Barbarossa hem het
gezag over Tunis en Algiers deed ver^verven. Maar Sol-iman is ook de laatste
van twaalf moedvolle, zelf regerende, zelf te veld trekkende sultans. Onder de
negentien volgende was de opperheerschappij erfelijk, en het leger te velde niet
meer de school, waar de prinsen hunne opleiding omvingen. In den harem op-
gevoed, beminden zij het verblijf in den harem, en aan vorming»van gee!>t of
karakter was geen denken. Van nu af verslapten de teugels der regering in het
uitgebreide, ordelooze rijk. De eene hof-omwenteling volgde op de andere; vele
sultans werden onttroond en geworgd. Hel Janitsaren-corps, aan zingenot ver-
slaafd, dacht meer aan rebellie dan aan oorlog. Menige dikwerf wakkere groot-
wessier werd een slagtoffer. en menige pasja sprak tot schande van den grooten
heer. Het is bij dit alles wel te verwonderen, dat het t^roote rijk, hetwelk zich
van den Donau tot aan den Tigris en boven Kgypie uitstrekte, zich zoo lang
staande hield, en dat Kussische en Oostenrijksche overwinningen er over het ge-
heel maar weinig van afrukten. De reden lag blijkbaar hierin, dat vooreerst van
de Oostenrijksche zijde slechts eenmaal een grooi generaal aan den Donau streed,
namelijk de Savoysche prins Eügeniüs, die in 1697 bij Zentha en in 1716 bij
Peterwardein overwinnaar bleef en Belgrad veroverde; dat ten tweede de Kussen
eerst in den jongsten tijd van Pruisen en Pranschen behoorlijk leerden oorlog
voeren; en ten derde de andere groote mogendheden van Europa Turkije zooveel
mogelijk in de hand werkten, opdat Rusland zich niet al te zeer zou uitbreiden.
En toch scheen het van tijd tot lijd, alsof de Turksche heerschappij in Europa
haar einde naderde. In 1821 kreeg zij een gevoeligen slag, bij den ojistaud der
Grieken. Reeds lang in hot bezit van den voornaamsten Turkschen handel, wa-
ren zij ook in dat eener zeemagt gekomen, inzonderheid op Ipsara, Hydra, Spezzia
en andere eilanden. De beschaving der achttiende eeuw had almede op hen ge-
werkt, zoodat zij zich dc heldendaden der oudheid herinnerden, en er reefls in
1814 een bondgenoot- of broederschap onder gelijkgezinden ontstaan was. Toen
derhalve de opstand uitborst, leed deze wel schipbreuk aan den Donau, waar
slechts weinig Grieksch bloed in de gemengde bevolking voorhanden* is, maar in
Hellas had zij, door de Westersche landen, uit vereering van Oud-Grieksche be-.
schaving en in het gevoel voor zelfstandigheid van eene natie als de hunne, on-«
dersteund, gelukkigen uitslag. Na velerlei gevechten en debatten moest de Os-
manische Porte zich schikken, en nog tevreden zijn, dat zij slechts het zuidelijk
gedeelte van Oud-Griekenland verloor, hetwelk tot eenen eigen staat verheven
werd, en in 1832 den Beijerschen prins Otto tot koning kreeg. Dit was een ver-
lies. dat voor nog grooteren deed vreezen, indien niet de oorzaak der inwendige
zwakte van het Turksche rijk werd uit den weg geruimd. De Christen-onderda-
nen moesten met de Mohammedaansche heerschappij eindelijk verzoend, de regts-
pleging en het belastingwezen in dezen zin veranderd en het leger op Europesche
wijze ingerigt worden. Met dit laatste begon Maiimokd II, die reeds in 1826 het
corps Janitsaren ontbond. Andere verbeteringen volgden en werden onder zijnen
opvolger, den tegenwoordigen sultan, Abd-ul-Medzjied, voortgezet, en zullen
waarschijnlijk, na den pas geëindigden oorlog met Rusland, hoe langer hoe minder
zwarigheden ontmoeten.
tirnkijk x]«r kuropa.
Turkije, of het 0.smanisclie rijk, ligt gedeeltelijk in Azië, ge-
deeltelijk in Europa. Enropisch Turkije grenst ten noordoosten
aan Rusland, ten oosten aan de Zwarte zee, ten zuiden aan de zee
van Marmara, die door den Bosporus of iStraat van Ivonstantinopel
niet de Zwarte zee verbonden is, de Egesche zee en Griekenland;
ten westen aan de Ionische zee, de Adriatische zee en Dalmatië;
en ten noorden aan de Oostenrijksch-Hongaarsche landen, Zeven-
bergen, Galicië en Rusland. De oppervlakte, zoo van de onmid-
delijke en middelijke bezittingen te zamen, bedraagt nagenoeg 9750
vierk. mijlen.
Viroote rivieren zijn hier niet, behalve de Donm ^ de eenigp