Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hier OOSTELIJK SCHIKKËILANü. 190
Posidonia of Pacatum en Elea ten zuiden van Napels, Hhcijium ten zuiden van
Jtallë, Sf/racuse, Agrigente en Messina op Sicilië; ook op Sardinië en Corsica wa-
re» Grieksche plaatsen. In Gallië had men Massäia, thans Marseille; iu Spauje
het door Uannibal verwoeste Sagmtum, thans Murviedro, en in Afrika Cyrene. Daar-
enboven waren er Grieksche steden op het eiland Cyprus.
2. Ciiiekenland en Turkije.
Nooit was Oud-Griekenland vereenigd tot eenen enkelen staat; ja. zells maakte
het een of andere landschap naauwelijks een geheel uit. Iedere siad bijna streefde
naar zelfstandigheid, ofschoon de kleinere zich gewoonlijk naar de grootere in
hare nabijheid moesten schikken, en een tijd lang eerst Athene, daarna Sparta, eu
vervolgens Thebe, de oppermagt verwierven. Zeer menigvuldig waren hare repu-
blikeinsche staatsinrigtingen, zoodat zich ook daarin, even als iu kunsten en weten-
schappen , de nooit eenzijdige, maar veelzijdige geest der Hellenen openbaarde. Tot
opwekking van hun nationaal gevoel droeg inzonderheid de gelukkige verdedigings-
oorlog tegen do Perzen bij, toen Miltiaües bij Marathon (490 vdór Chr.), Leoni-
das hij den engpasThermopylae (408 v. Chr.), Themistokles bij Salamis (480 v. Chr.),
en Paosanias benevens Aiustides bij Plataeae(479 v. Chr.), den overmoedigen Azia-
ten achting voor Griekschen heldenmoed inboezemden. Met die glorierijke dagen be-
gon de gedenkwaardige tijd, die onder menigvuldige lotwisseling op de kleine op-
pervlakte van den Griekschen grond getoond heeft, tot welke daden, gedachten en
kunstgewrochten de menschelijke geest in staat is. Alen werpe slechts een blik op de
reeks van uitstekende mannen, van Homerus tot aan Dejiostuenes, en zelfs nog
uit den lateren, ontaarden lijd, tot het jaar 146 v. Chr., toen met de verwoesting
van Korinthe geheel Griekenland eene Komeinsche provincie werd. Wanneer ook
andere natiën uit latere dagen een gelijk getal schrandere geesten hebben aau te
wijzen, blijft toch aan de Grieken de verdienste van in de kunst het ideaal vau
schoonheid, in de wijsbegeerte scherpte en verhevene denkbeelden, in de geschie-
denis waarheid en staatkundige voorstelling, in hei regts-en staatswezen wijze be-
perking van willekeur, en in het burgerlijk leven echte humaniteit, het eerst ge-
schapen en als model voorgesteld te hebben. Pekikles van Athene had gelijk ,
toen hij in eene openlijke rede de zeden en beschaving zijner vaderstad prees. Het
is waar, er bestond nog slavernij; maar die moet men ais een overblijjsel van
het Heidendom beschouwen, waarvan eerst het woord van Jezus de Europesche
wereld rcinijjde; en dat iu een land, waar Sokrates leerde, ook Sokbates ter
dood veroordeeld kon worden, komt ten laste van politieken partijhaat, die te
allen tijde het gevoel der menschelijkheid met voeten treedt. Ook de schitterende
zon heeft hare vlekken.
Nevens Griekenland werden Macedonië, Illyrië, Thracië, en alle andere land-
schappen tot aan den Donau, Rouieinsch en door stadhouders geregeerd. De her-
schepping van de Romeinsche republiek in een keizerrijk, 30 j. v. Ch., was wei-
nig geschikt om den toestand, waarin men geraakt was, te verbeteren. In het
jaar 395 n. Chr. verviel het rijk. Het Grieksche Oosten kreeg zijnen eigenen kei-
zer, wiens opvolgers voortaan te Konstantinopel of Hyzantie resideerden, waarbij
de Grieken den troost hadden van noch door Latijners geregeerd, noch bij dc
volksverhuizing door Barbaren, even als in het Westen, verdelgd te worden. Eu
toch was zulk een lot hun nabij genoeg. Slavische volken, Serbicrs, Bosniers
en anderen, zetteden zich in de Donau-provinciën en Illyrië neder. Bulgaren (ecu
Aziatisch volk) drongen zich daar tusschen, en bezaten eenigen tijd grooie gedeelten
van de Byzantijnsche monarchie, terwijl in Afrika en Azië bijna alles aan de Mo-
hammedanen verloren ging. Aan de in het Westen onstane ridderschap, die eens,
van 1*204 tot 1261, den troon van Konstantinopel bezat, eu de Venetiaansche re-
publiek, vielen aanzienlijke landstreken toe. Aldus verzwakt, moest het kwalijk
bestuurde rijk eindelijk voor de Osmansche Turken bezwijken.
Osman's horde, naar baren aanvoerder Oa/«««//genoemd, was een der Turksche
benden, die, uit deu Zeldzjoekcn-tijd, in Klein-Azië, nabij de Byzantijnsche kust,
was blijven wonen. Terwijl zij vóór het einde der dertiende eeuw slechts vier-
honderd huisgezinnen telde, werd zij, door den veroveringsgeest vau Osman, Ok-
ciian en Amuratu, aan beide kusten, de Aziatische en Kuropesche, lieerschendc.
Met versterkte Hyzantië vermijdende, vestigde zij zich in Thracië en Macedonië,
cn maakte Adrianopel reeds in 1362 tot hoofdstad. Bij voortduring veroverende,
wies het getal der Osmanli in kracht en sterkte, terwijl zij roovers en slaven, als
deze maar den Koran huldigden, in hun corps inlijfden. Deze werden aangemoe-
digd , en verbonden zich voor altijd tot de krijgsdienst door het in leeu ontvangen
vau stukken gronds, die men de onder het juk gebragten afnam. Bovendien schiep
men uit geroofde Christenknapen, die in den Islam opgevoed werden, een staand
leger te voet, Janitsaren, die niets kenden dan den oorlog eu blinde gehoorzaam-
heid aan den wil der sultans. Vergeefs zochten i^erhicrs en Bulgaren, vcrgoef»