Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
198 EUROPA.
salus aan den Enipcus, een tak van den Peneius, waar Pomi'ejus door Caesau ver-
slagen werd. Ten oosten daarvan heeft men den (Kynoskephalae),
waar vroeger — 197 v. Cnu. — de Maceclonicrs door de Konieinen werden overwon-
nen. Het verrukkelijk schoone dal Tempe ligt hier tusschen den Olympus en den
Ossa. De Thessaliei's, ofschoon landslieden van Jason , die het gulden vlies van
Kolehis haalde, eu van Achilles, den held van lIoiiKuirs, hebben weinig tot
geestbeschaving toegebragt. b. Epirus, ten westen van Thessalië, aan de Ionische
zee. De bewoners waren niet alle van Hellenischen stam, maar aan de grenzen
reeds met Illyriërs vermengd, en droegen ook nog minder tot beschaving der
Grieken bij dan de Thessaiiërs. De hoofdstad Ajjibracia (thans Arta) is bekend als
resideniic van den in do geschiedenis der Romeinsche oorlogen voorkomende ko-
ning Pyrkiiüs. Binnen's lands heeft men het n.eer Achenis/a, nu van Janina, en
niet verre van daar JJodona, met het oude orakel van Zeus of Jupiter.
4. De Eilanden. Deze hebben bijna alle steile kusten, en vele er van steken
met eene groene kruin hoog boven de zee uit. In de Ionische zee heeft men :
Cephalonia, het grootste, doch Corcyra (Corfu) het belangrijkste, met eene zee-
cn handelstad van gelijken naam. Onder de overige komen het kleine eiland
Ithaca, als vaderland van Odysseüs. en het boschrijke Zakipith {nu Zante) iu
aanmerking. Men rekent nu tot de Ionische eilanden ook O/Mer« (thans Cerigo),
ten zuiden van den Peloponnesus, waar een beroemde tempel van Aphrodite
of Venüs stond. In de zee van Myrtois, ten oosten van den Peloponnesus, la-
gen voor de kaap van Argolis de eilandjes Tiparenus en Ilydraa, thans Spezzia
en Hydra. In den Archipel liggen: Salamis ithans Coluri), waar Tiiemistokle-»
de Perzische vloot van Xeuxes overwon, en Aeginu, met tempels en kunstwer-
ken, dat geruimen tijd met Athene naar de heerschappij der zee dong. Het groote,
door eene brug over den smallen Eupirus met de haven Aulis in Boeotië ver-
bondene eiland Euboea (thans Ncgropontus) behoorde langen tijd aan de Atheen-
fichc republiek. Voorts had men de Cycladen (d. i. eilanden-^roe/? oï hrimj). Het
grootste hiervan, Naxos, was aan Bacchus, Delos, met den berg Cynthus,
aan Apollo gewijd. Paros was belangrijk om zijn marmer, en Antiparos om
zijne zeer merkwaardige grot. Aan de kust van Azië had men het eiland Rho~
dus, dat zich door scheepvaart, handel, kunsten en wetenschappen onderscheid-
de. Dc haven der hoofdstad van gelijken naam prijkte korten tijd met het 70 ellen
hooge metalen standbeeld van den Zonnegod, een meesterstuk van Ciiares. Het
eiland Kos is de geboorteplaats van den schilder Apelles en den arts Hippo-
crates. De rots Pathmos, het verblijf van den apostel Johannes in zijnen ouder-
dom, is een der vele Sporadische, d. i. verstrooid liggende eilanden. Ten noorden
daarvan liggen het bloeijeude Samos, de geboorteplaats van Pytiiagoras, het
■wijnrijkc Oliios (thans Öcio), misschien de geboorteplaats van Homerus, in welker
nabijheid het nu eerst beroemd geworden eilandje JpsaraW^i-, het vruchtbare,
door Alcaeds"' en Sappiio's zangen beroemde Lesbos. In het noorden van den
Archipel liggen het aan Vülcanus gewijde Lemnos, Samothrace met geheime
tempelgebruiken, Thasos, met goudmijnen, cn anderen meer. Ook het 190 v. m.
groote Kreta (thans Candia), in het zuiden van den Archipel, behoorde tot de
Grieksche eilanden, en was rijk aan granen, wijn, olie cn zuidvruchten. Op den
berg Ida was, volgens de overlevering, Zeus (Jdpiteu) zelf opgewassen, en reeds
zeer vroegtijdig verblijdden zich de bewoners over veiligheid en orde, tengevolge
der gestrenge wetten van hunnen koning Minos.
5. Koloniën der Grieken. In het noordelijke nabijgelegen Macedonië ver-
wierven Grieksche uitgewekenen den voorrang boven ruwe inboorlingen, en leg-
den den grond tot den staat Macedonië, die zijne residentie te Pella nabij den
Axius had. Dat ook Rome's voorzaten, de Datijners, in zeer ouden tijd zich met
Grieken vermengden, is even zoo zeker. Maar buitendien breidde dit bewegelijke
volk zich aan vele kusten der Middellandsche zee uit, door bijzondere koloniën,
die echter niet door de moedersteden geregeerd werden, maar zich als volkomen
onafhankelijke gemeenten ontwikkelden. Daartoe behoorden die aan de kust van
Azië, van Macedonië en van Thracie; onder de laatste komt in aanmerking ylóJerc/,
in het oosten van het eiland Thasus, vaderstad van Demokritcs, en aan
den Bosporus, tegenover Chalcedon, welke stad door keizer Konstantijn tot nieuwe
hoofdstad van bet Romeinsche rijk gemaakt en derhalve Konstantinopolis genoemd
werd. Aan de kust van Illyrië had men Epidamnus o{Dji'rachium{\.\\'Aïi^ Durazzo),
waar de gewone overvaart naar Brundusium in Italië p aats had. In Italië en dc
daartoe behoorende eilanden werden de Grieksche koloniesteden zoo talrijk en bloei-
jend, cn beheerschten zulke groote streken rondom zich, dat men er den gezamen-
lijken naam van Groot-Griekenland aan gaf. De belangrijkte waren Cumae, ten
noordwesten van Napels, ais de oudste, daar zij reeds in 1030 vóór Chr. geb.,
derhalve 276 vóór de stichting van Rome, gebouwd is. Napels was eene kolonie
van Cumac. Voorts had men Cj/haris^ Tarente en aan de golf van Napels,