Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
RUSLAND IN EUROPA. 183
ttct Bussische rijk ontstond onder de oostelijkste Slaven (d. i. roemruchtigen).
Ilet was echter geen inlandsch opperhoofd, die verscheidene horde» tot eene
groote massa vereenigde, maar het waren avonturiers van Germaanschen stam, on-
der den naam van Var-eggers (*) bekend, en óf van Zweedsche df van Friesche
afkomst. Oskold en Dier vestigden eene heerschappij te Kjev aan den Dnjepper,
Roerik en zijne broeders in de omstreken van Novgorod en het Ilmen-meer, in
862. Weldra had Rokkik's zoon Igor ook Kjev in bezit, cn zijn kleinzoon,
knêz (t) vlanisiier, omstreeks het jaar 1000 tot het Grieksche Christendom
overgegaan, kreeg eene Byzantijnsche prinses tot vrouw. Met huis Roerik waa
groot in het Oosten. Evenwel verviel zijne magt, toen Vladimikr het bestuur
onder zijne zonen verdeelde, en de geest der Var-cggers zich in Slavische taal
cn zeden geheel verloor. Toen in de 13de eeuw de Mongoolsche scharen van
DzjiNGis-chan in Europa vielen, werd in 1225 het Zuid-Russische leger aan de
rivier Kalla, nabij de Azovsche zee, overweldigd , en ook Noord- of Wit-Rusland
veroverd. Wel bleef een kncz. (toen Alexander Newsky) in het verkleinde rijk,
doch hij was cijnsbaar aan den Mongoolschen chan, en had zoo weinig magt,
dat hij, naar verkiezing, kon aangesteld en afgezet worden. Kwam er een gezatit
van den opperheer, dan moest de knêz hem te voet te gemoet gaan, hem een
beker paardemelk toereiken, en droppels, die soms bij bet drinken naar beneden
vielen, van de manen van het paard aflikken, ja, met zijn gevolg, knielende, het
voorlezen van den biief des chans aanhooren.
Terwijl Rusland zoo magteloos was, verhieven zich Polen en Lithauers, en dc
noordelijke plaatsen Pskov en Novgorod, waar door kooplieden uit hanzesteden
cn Duitsche kolonisten zoowel nijverheid als eenige burgerzin was opgewekt,
vormden slaten op zichzelve, van waar in vervolg van tijd zich cultuur had kun-
nen verspreiden; maar de Mongoolsche magt verslapte. De veroveringen van den
Tataar Tivoer of Tamerlan verdonkerden de vroegere van het geslacht Dzjïngis-
chan, en het chanaat Kaptsjak (zoo heette de ten n. w, van de Kaspisclie zee
opgerigte Mongolen-staat, waaraan Rusland onderdanig was) viel in puin.
I-let huis Vasieljevietsj. — Toen verrees, na verloop van 2 eeuwen, het
Russische prinsdom of graatschap {knèzjestvo). Ivan Vasikljevietsj (Jan Basi-
LiD.«izooN) maakte zich in 1480 vrij, nam Moskau tot zijne residentie, verklaarde
het rijS! voor ondeelbaar, zond zelfs in 1491 naar den Duitschen rijksdag te Frank-
fort gezanten (wier woordvoerder Italiaansch sprak), noemde zieh saar [iX. vorst,
in de beteekenis van onbepaald gebieder), en betoonde zich als een opperh^^old, dat
den stam van Roekik weder met luister omringde.
Er was echter, helaas, in zijn volk geen element van vrijheid of geestbescha-
ving. Zelfs onder de priesters kon naauwelijks de helft lezen , cn slaafsche on-
derworpenheid hield eiken aanleg tot geestontwikkeling aan banden. Geen vrij-
zinnige adel, gelijk in Polen, beteugelde het despotisme, en de eenige grondvesten
der beschaving, namelijk de stedelijke inrigtingen te Novgorod en te P&kov, ver-
nietigde men, zoodra beide republieken bedwongen waren, geheel. De burgers
werden lijfeigenen van den saar, die als heer over het leven, de eer en het ver-
mogen zijner onderdanen beschouwd werd. Slechts de nakomelingschap van voor-
malige knêzen, en de raad der bojaren (d. i. vrijheeren, iets minder in rang dan
de knêzen), wisten zich eenige regten te verwerven. De despoot regeerde met
behulp van ruim 1000 strelitzen (schutters, gewapenden), ais het begin van een
volgend staand leger. Tot den oorlog evenwel moesten alle knézen eu bojaren
met hunne ridders of knechten ver»chijnen.
Het huis Romanov, 1613 tot 1762. — Gevaarlijk voor het ^Westen zou intus-
schen deze geestelooze staat, ofschoon hij sedert 1552 zich over Kazan en Astra-
chan en weldra ook over Siberië uitstrekte, niet zijn geworden, indien niet het
magtige Polen zich zelf door woeste partijschappen het onderste boven gewerkt,
de zoo dappere Zweedsche koning Karel Xil niet op de dolzinnigste wijze de
krachten zijner natie verspild, en een gunstig lot niet een uitstekend man, Peter
den Groote, op den Russischen troon gebragt had.
Deze saar, als het ware de derde grondvester van zijn rijk, behoorde tot een
nieuw vorstengeslacht, het huis Romanov, dat van 1613 tot 1762 regeerde.' Pas
17 jaren oud, toen hij in 1689 den troon beklom, toonde hij weldra, welk een
naar hooger strevende geest aan het hoofd der natie gekomen was. Ofschoon ruw
(*) Var-eggers beteekent uil een verren hoek gekomenen. Of men aan ben, of wel aan dc land-
zaten (Slaven), tovn of later den naam van Russen (d. i. rossen , rooaharigen) gfgfven heeft, is
onzeker. Het woord friezen moet men in eeue ruime beteckenis opvatten. Waarscliijnlijk belee-
kent het krulkoppen-, wij hebben nog friseren voor krullen.
(tl Kncz vertaalt men meestal door prins (b. v. prins Gorts.takov); wij zouden het, om straks,
te melden reden , liefst door graaf vertalen , voor \vclk<? waardigheid men iu liet Kussiicii tocli
geen woord hceft.