Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
I
152 EUROPA,
waaraan het oudste regerend huis — de Ludolfingers — aan het Duitsche rijk
5 keizers gaf. ICen van deze, Otto I, schonk zijn hertogdom aan Herman Bil-
ling, wiens huis in 1106 met Magnus uitstierf. Daarop werd de latere keizer
LoTiiARiüß VAN Süplimbüeg hcrtog, na wiens dood het Welfische huis Beijeren
en Saksen vereenigde. Dit huis regeert nu nog in Hannover, Brunswijk en En-
geland. De naam Saksen ging echter voor deze landen verloren, toen, ten ge-
volge der vogelvrijverklaring van Hendrik den Leeuw, in 1180, aan het Welfi-
sche huis nog slechts de Billungsche, Brunswijksche, Nordheimsche en Suplim-
burgsche erfgoederen overbleven, uit welke het tegenwoordige y^öttwover (vroeger
Brunswijk-Luneburg genoemd) en het tegenwoordige Brnnstvijk {woegiir Brunswijk-
Wolfenbüttel) gevormd werden, terwijl de titel van Saksen op Albrecht den
Beer, van Brandenburg, overging, die inderdaad met Saksen beleend werd, zonder
ooit eene vierkante mijl daarvan in bezit te krijgen, en derhalve zijnen zoon
slechts den titel naliet, die later op Lauenburg en Wittenberg verbleef, en met
Wittenberg tevens in 1142 op Meissen overging.
Verworven werden:
In 1680: Saksen-Lauenburg, na het uitsterven van den Askaanschen hertog van
dit land.
'' 1692: De negende keurwaardigheid.
" 1715: Bremen en Verden, voorheen bisdommen, sedert den Westfaalschen
vrede Zweedsch, daarop door Denemarken veroverd en aan Hannover verkocht.
" 1731; Het land Hadelu (de noordspits).
1753: Het graafschap Bentheim, aan de Vecht.
« 1815: Het geheele Westland, aan de Eems, benevens Hildesheim, Goslar en
Duderstad (alles voor Lauenburg) en den koningstitel.
Sedert George I (1714 tot 1837) waren de vorsten tevens koningen van Enge-
land, en resideerden buiten 's lands. Toen koningin Victoria den Engelschen
troon beklom, volgde (uit hoofde van de Salische wet) in Hannover de toenma-
lige hertog van Cumborland op, wiens zoon George V thans koning is.
In 1803 werd het land door de Franschen bezet, en nadat de Pruissen (in 1806)
het eenige maanden lang (voor Anspach, Kleef en Neufchatel) bezet haddeu,werd
het noordelijk gedeelte bij Frankrijk, het zuidelijk bij Westfalen gevoegd.
De staat is eene constitutionele monarchie, en de koning heeft, als lid van het
Duitsche bondgenootschap, heeft daarin ée'ne stem.
De voornaamste rivieren zijn: 1) de Elhe, die liier de Aland, dc
^ Jeetze., de Ilmenau, de Steve, de de Luhe (in het begin de Aue
^ geheeten), de Schwinge, de 0ste en de Medem ontvangt, en eindelijk
in de Noordzee uitloopt; 2) de Wezer, die bij Hannoversch Munden
uit de vereeniging van de Werra met de Fulda ontstaat, de Aller
'i (met de Ocker en de Leine), de Mumme (bij hare uitwatering Lesum
geheeten), de Hunte en de Geeste ontvangt, en zich vervolgens inde
; Noordzee ontlast. De Eems vloeit ook gedeeltelijk door Hannover,
; en ontlast zich in denDollard, tusschen Oost-Friesland en de Ne-
derlandsche provincie Groningen, na de Hase en Leda opgenomen
te hebben. De bevaarbare Vecht vloeit naar de Nederlanden. On-
^ der de meren zijn noemenswaard het Bummer-meer Steinhuder-
i meer,
i De grond is zeer verschillend: in eenige streken is hij uitnemend
vi^uchtbaar, in andere buitengewoon schraal, en over hét geheel
^ meer vlak dan bergachtig. Alleen de zuidelijke oorden worden van
gebergten doorsneden, namelijk door den//ar/s en het Solinger-woud.
De Harts is nagenoeg 16 mijlen lang en 4 tot 5 breed, en strekt
l zich uit tusschen de rivieren de "VVezer en de Saaie, zonder nogtans
de eene of andere te' bereiken. Dit gebergte, dat slechts gedeelte-
lijk tot dit koningrijk behoort, is geheel met bosschen bedekt, en
- wordt door den Broeken of Bloksberg^ den hoogsten, doch buiten de
grenzen van Hannover liggenden berg, verdeeld in Opper- en Neder-
Harts. Het andere gebergte, het SoUnger-moud, is 9 mijlen lang, en
neemt zijne rigting westelijk van den Harts naar de Wezer. Meer
noordelijk dan deze genoemde gebergten heeft men nog eenige, niet