Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
duitschlakd. 145
de Sudelen, waarvan het lieiizen-gelergte een deel uitmaakt, het Mo-
ravisch gebergte, het Bohemer-woud, het Erts-gebergte, het Fichtel-
gebergte, het Thuringer-woud, het Rhön-gebergte, de Spessart, het
Oden-woud, het Zwarte woud, de ruwe Alp , Ab Hondsrug, het JFester-
ivoud en\\Qt Hartsgebergte, met den hekenden Bloksberg. In de noorde-
lijke deelen van Duitschland zijn vele zandige, dorre heiden en moe-
rassen , en in vele streken aldaar vindt men geen vruchtbaar land dan
langs de rivieren. Over het geheel echter kan men den grond van
Duitschland vruchtbaar noemen. Het klimaat, over het geheel ge-
matigd en gezond, verschilt natuurlijk door de ligging en gesteld-
heid van den grond. Noordwaarts van de gebergten, die midden-
Duitschland doorsnijden, is do lucht vochtiger en ruwer, zuidwaarts
daarentegen drooger en zachter; alleen de bergstreken van het Alpen-
land zijn ruw en koud. Hierdoor verschilt het plantenrijk in het
zuiden dan ook merkbaar van dat in het noorden.
De voortbrengselen van Duitschland zijn: rundvee, paarden,
schapen, varkens, geiten, ezels en muilezels, tam en wild gevogelte,
bijen, velerlei soort van visch, parel-oesters, wild; in de zuidelijke
bergstreken ook wolven, beeren, iinxen, gemzen, marmotten; alle
soorten van graan in genoegzame hoeveelheid; ook spelt en mais,
peul- en tuinvruchten, raapzaad, maankop, vlas, hennip, tabak, hop,
meekrap, weede, saffraan, anijs, zoethout, cichorei, veel hout, voel
ooft, inzonderheid in zuidelijk Duitschland (waar men geheele bos-
schen van kastanje-, amandel-, perziken- en abrikozen-boomen heeft,
terwijl in sommige dalen vau Tirol en Illyrië ook cilroenen groeijen),
wijn in vele oorden; eenig goud, tamelijk veel zilver, kwikzilver,
tin, lood, koper, zeer veel ijzer, kalamijn, vermiljoen, arsenicum,
spiesglans, zink, kobalt, aluin, vitriool, salpeter, zwavel, steen- en
houtskool, turf, marmer, kalk, albast, gips, bergvlas, molen-, zand-,
harts- en puimsteen, tras, jaspis, chalcedon en velo andere soorten
van edelgesteente, serpentijnsteen, basalt, graniet, porfyr, oker,
pijpaarde, fijne porseleinaarde, vollersaarde, mergel, bergpek, veel
zout, en ongeveer 1000 baden en gezondheidsbronnen.
liet fabriekwezen is van veel belang, en wordt steeds aanzien-
lijker; vooral zijn belangrijk de laken-, linnen-, kousen- en katoen-,
weverijen, leerlooijerijen, metaalsmelterijen, glasblazerijen, tabaks-
en andere fabrieken. Voorts heeft men belangrijke bierbrouwerijen,
branderijen, vitriool- en aluinstokerijen, suikerraffinaderijen, fabrieken
van beetwortelsuiker; ook bewerkt men veel ivoor-, been- en hout-
waren. In het geheel vertoonen zich de Duitschers als een vlijtig en
werkzaam volk. De handel van Duitschland, dat aan drie zeeën
ligt, in hot midden 60 bevaarbare rivieren en vooral in het zuiden
goede wegen heeft, is aanzienlijk. De meeste zeehandel wordt ge-
dreven door Hamburg en Triest; Frankfort aan den Mein, Leipzig,
Brunswijk en Botzen hebben aanzienlijke missen of jaarmarkten.
Het Dnitsche Bondgenootschap, waardoor de vele groote en kleine
staten van Duitschland vereenigd zijn, en in welks algemeene of
bondsvergaderingen de algemeene belangen des lands besproken wor-
den, heeft haren zetel te Frankfort aan den Mein. In deze bonds-
vergaderingen, waarin alle leden als zoodanig gelijke regten bezit-
ten, hebben sommige vorsten voor zichzelve, andere gezamenlijk
eene stem. De bedoeling van dit bondgenootschap is, de uit- en
inwendige veiligheid van Duitschland in het algemeen, benevens dc
10