Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-mm
128 EUROPA.
de Memel; het Bromberger ÏMnaal vereenigt de Netze met de Bralie,
en daardoor met de Weiclisel; het Friedrich-Wilhelms- of Muhlroser-
kanaal de Spree met de Oder; het Finow-kanaal de Oder met de Ha-
vel; en het Plauensche kanaal de Elbe met de Havel. Van de talrijke
meren zijn de aanzienlijkste: het Spirding-meer (het grootste van
de monarchie), het Maaier- of Angerburgsche meer, het Leventiner-
meer, het Neuwarpsche meer, het Cummerow-meer, enz.
De grond vormt grootendeels eene vlakte, die naar de Oostzee
steeds lager wordt, en door dammen en dijken tegen de inbraak der
zee beveiligd moet worden. Deze vlakke streken bestaan gedeelte-
lijk uit zandigen grond van middelmatige vruchtbaarheid, gedeel-
telijk uit zeer vruchtbare landouwen, waartoe behooren: de Tilsiter
Niederung, de Mariênbnrgsche Werder, het Havelland, de Wische,
enz.; doch ook die oorden, welke door de natuur het karigst bedeeld
zijn, worden niettemin vlijtig bebouwd. Het zuidelijk gedeelte van
het oostelijke hoofddeel der monarchie wordt van eenige gebergten
doorsneden, waarvan nogtans geen een de hoogte van 5000 voet be-
reikt. liet voornaamste onder die gebergten zijn de Sudeten, aan
den oostkant van Boheme en de westzijde van Silezië, dat het hoogste
gebergte van noordelijk Duitschland uitmaakt, en zich verdeelt in
het lieuzen-gehergte cn het Moravische gebergte. De hoogste toppen
zijn: de Sneeuw- of Reuzenkop, het Groote Rad, de Groote Stormtniits,
de Groote Sneeuwberg bij Glatz, de Hooge Uil, enz. Gedeeltelijk be-
hoort ook hier het Hartsgebergte, met zijne hoogste spits, de Broeken
of Bloksberg, dus genoemd naar de groote brokken of blokken graniet,
waarmede de top als bezaaid is. In het westelijk hoofddeel der mo-
narchie, dat veel bergachtiger dan het oostelijke is, maar toch ook
in het noorden uitgestrekte vlakten heeft, heeft men het Wester-
wald, liet Zevengebergte, het Sauerlandsche en Rothlager-gebergte, met
den Haarstrang en de Aardey, de Egge of het Teutoburger-woud, en
het Wezer-gebergte met de Porta Westphalica, den Hondsrug mot het
Hochwald, eene voortzetting der Vogesen, op den regteroever van de
Moezel, het Hooge Veen en de Eifel, eene voortzetting der ,
tusschen de Maas, de Moezel en den linker Eijnoever.
Het klimaat is over het geheel matig en gezond, alleen ruwer
in de bergstreken, en veranderlijker en vochtiger aan de kustlanden
van de Oostzee, die ook in den herfst, den winter en het voorjaar
soms hevige stormen te verduren hebben.
De voornaamste voortbrengselen zijn zilver, koper, ijzer, lood,
zink, arsenicum, aluin, vitriool, zout, steenkolen, barnsteen, te za-
men jaarlijks ter waarde van 35 milioen thaler. Voorts tuingewas-
sen, wijn, tabak, vlas, paarden, rundvee, schapen, varkens, geiten
en veel bijen.
De industrie heeft eenen'hoogen trap van volkomenheid bereikt,
en wordt door de regering zeer aangemoedigd, weshalve men allerlei
fabrieken vindt. De voornaamste hiervan zijn die in linnen, wol en
ijzer, en leveren veel uitmuntends. Hierop volgen de katoen- en
lederfabrieken. Ook die van zijde, tabak, houtwaren, metaal, glas,
aardewei'k, de brandewijn-stokerijen, de olie- en papierfabrieken, en
vele andere takken van nijverheid, zijn belangrijk.
De handel, die zoowel ter zee als te land gedreven wordt, vindt
begunstiging in de ligging aan de Oostzee, in de vele bevaarbare
rivieren, en in de spoor- en andere wegen, wier getal nog altoos