Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
112 EUROPA.
rijk Polen binnengaat; cn 7) de mt dit zelfde gebergte voorkomende
Dnjester, die, na de Stry, Sered en Podhorze opgenomen te hebben,
in Rusland stroomt. Ook de liijn doet even de westelijke grenzen
van Tirol aan.
De voornaamste meren zijn: het Neusiedler- en het Flatten- of
Balaton-meer, beide in Hongarije; in de Duitsche landen de kleine
Klagenfurth-, Traun-, Hallstadter- en Cxrknitzer-meren, en de meren
Como, Iseo en Garda in Oostenrijksch Italië, waarin zich ook een
gedeelte van het Lago maggiore bevindt.
Merkwaardige kanalen zijn: het Francisci-, het Bega-, het Weener-
kanaal en het Naviglio grande.
De Oostenrijksche staat wordt in alle rigtingen van aanzienlijke
gebergten met wijd uitgestrekte takken doorsneden. Boheme wordt
omringd door het Bohemer woud, het Ertsgebergte en het Beuzengebergte,
dat tot de Sudeten behoort. Stiermark, Oostenrijk, Tirol en Illyrië
worden deels door de Rhcetische of Tirolsche, deels door de Norische,
de Karnische (welke laatste de grenzen van Italië uitmaken) en de
Mische Alpen doorsneden, die zich als Dinarische Alpen naar Dalmatië
uitstrekken. De hoogste van deze Oostenrijksche Alpen zijn de
Ortles, 12,000 voet hoog, en de Glöckner; ook de Terglou bereikt
eene aanzienlijke hoogte. Met het Sllezische gebergte vereenigen zich
de Karpaten, die 120 mijlen lang zijn, Moravië, Oostenrijksch Si-
lezië en Galicië van Hongarije scheiden en met de gebergten van
Zevenbergen zamenhangen, maar geenszins de hoogte der Alpen be-
reiken. Het vlakke land maakt het kleinste gedeelte van den Oos-
tenrijkschen staat uit. De grootste vlakten vindt men in zuidelijk
Hongarije, in Galicië en in de Italiaansche provinciën. De grond
is over het geheel zeer vruchtbaar; maar in Hongarije vindt men
ook heiden (de grootste is de Ketskemeter), zandachtige streken en
moerassen. Het klimaat is in de bergen ruw, in eenige moeras-
sige oorden van Hongarije ongezond, maar in de vlakten van dit
land en in de Italiaansche provinciën zeer aangenaam.
Het land is zeer rijk in natuurvoortbrengselen. Men heeft
er inzonderheid eenen grooten rijkdom van mineralen, als het meeste
goud van Europa, veel zilver, kwikzilver, lood, koper, tin, voor-
treffelijk ijzer, arsenicum, bruinsteen, spiesglans, kobalt, vermiljoen,
1-aIamijnsteen, edelgesteente, marmer, albast, voorts een aantal ge-
zondheidsbronnen , enz.
Het fabriekwezen bloeit meest in de Duitsche en Italiaansche
landen. De voornaamste fabrieken bestaan in linnen, katoen, wol,
zijde, leder, metalen, glas en tabak. De koophandel wordt door
de bevaarbare rivieren, door de nabijheid der Adriatische zee en
de vele spoor- en andere wegen zeer gemakkelijk gemaakt, en is
van tamelijk aanbelang.
Oostenrijk bestaat, volgens de jongste kadastrale opgaven en tel-
lingen, in de volgende tot de kroon behoorende landen:
Oppervl. in Getal
vierk. m. bewoners.
Neder-Oostenrijk................ 360 1,800,000
Opper-Oostenrijk................ 218 800,000
Salzburg...................... 130 160,000
Stiermark...................... 408 1,100,000