Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
OOSTENRIJK. 111
van den stamburg Ilabsburg {oudhoogd. habihteshiirg, d. i. baviksburg) liggen op
den Wulpelsberg, in het kanton Aargau. Dit kasteel is in 1020 gebouwd door
Radbot, zoon van Güntuam den rijke, die graaf van Elzas en Breisgau was. De
broederszoon van Radbot, "Weuneu II, schreef zich in 1075 het eerst graaf van
Ilabshurq.
Het huis Ilabsburg regeerde in de Oostenrijksche landen van 1278 tot 1740, en
leverde aan het Duitsche rijk niet minder dan 16 keizers. In 1740 stierf de man-
nelijke lijn van Ilabsburg met keizer Karel VI uit. Zijne dochter Maria The-
kesia werd echter erfgename der Oostenrijksche landen, en bleef ook in het be-
zit van de meeste erflanden. Sedert 1736 was zij gehuwd met Frans, voormalige
hertog van Lotharingen en groothertog van Toscane. Hij stichtte het huis Habs-
burg-Lotharingen, dat nu nog in den Oostenrijkschen staat heerscht en aan het
Duitsche rijk vier keizers gegeven heeft. De laatste Duitsche keizer, Frans H,
legde 6 Aug. 1806 zijne waardigheid als opperhoofd van het Duitsche rijk neder.
Daardoor ontbond zich het Heilige Roomsche rijk der Duitsche natie, en Frans II
voerde van nu af, als Frans I, den reeds in 1804 aangenomen titel van Keizer
van Oostenrijk.
Wat het toenemen van dit rijk betreft, Rddolf I liet, bij zijnen dood (1291)
ecn grondgebied na van bijna 200 v. m., waarbij nog zijn zoon Albrecut I na-
genoeg 1020 v. m. als rijksleen had verworven. Bij den dood van Albrecut III
(1395) bedroeg het 1900 v.m.; bij dien van Maximiliaan I (1519) 3550 v.m.
Karel V stond in 1522 aan zijnen broeder Fekdinasd van zijne landen de Oos-
tenrijksch-Duitsche staten af, ten bedrage van 2050 v. m. Zij besloegen, door ge-
lukkig geslaagde uitbreiding, bij den dood van Ferdinand I (in 1564) 6350 v.m.;
bij den dood van Leopold I (in 1705) 9070 v.m. Onder Kakel VI bereikte de
Oostenrijksche staat zijne grootste uitgestrektheid met 13,620 v.m. (1500 v.m.
meer dan tegenwoordig). 13ij den dood van Karel V (1740) had het nog maar
10,430 v.m. Bij het aanvaarden der regering door Frans H (1792) 11,625 v.m.;
onder Frans II verloor de staat door den vrede van Campo Formio (17 Oct.
1797), den vrede van Luneville (9 Febr. 1801), den vrede van Presburg (26 Dec.
1805) en den vrede van Weenen (14 Oct. 1809) 2002 v.m.; op het Weener con-
gres (Oct. 1814 en Junij 1815) kwam Frans I weder in het bezit van een rijk,
dat 12,120 v. m. besloeg.
jl5ij het overlijden van Frans I, in 1835, werd hij opgevolgd door zijnen zoon
Ferdinand I. Deze deed in 1848, ten gevolge der onlusten, afstand van den
troon, ter gunste van zijnen broeders-zoon, die als Frans Joseph I het bewind
aanvaardde, en, wegens zijne Duitsche bezittingen, lid is van het Duitsche Bond-
genootschap, waarin hij ééne stem heeft. De troonopvolging is erfelijk in de man-
nelijke en vrouwelijke linie, en de regeringsvorm onbepaald monarchaal, met uit-
zondering van Hongarije, Zevenbergen en de Militaire Grenzen.
De voornaamste rivieren zijn: 1) de Bonau, die in eene lengte
van 180 mijlen dezen staat doorstroomt en aanzienlijke bijrivieren
opneemt, zoo als de Inn met de Salzach, de Traun, de Ens, de
Alarch of Morava, de Leitha, de Raab, de Waag met de Nei/ra, de
Gran, de Eypel, de Sarviz, de Drau met de Mur, de 90 m. lange
Theiss (de hoofdrivier van Hongarije, de grootste zijtak van den Do-
nan en de visehrijkste rivier van Europa, die in het Marmoros-
gebergte ontspringt, cn in zijnen loop den Szamos, Bodrog, Ilernad,
de drievoudige K'órös en de Maros opneemt), de 85 m. lange Sau en
de goud bevattende Teims, waarna hij (de Donau) in Turkije vloeit;
2) de40m. lange Etsch of Adige, die in Tirol ontspringt, den Eisack
opneemt en zich in de Adriatische zee ontlast; 3) de Po, die als eene
reeds bevaarbare rivier uit Sardinië komt, in zijnen loop den Tes-
siao, de Adda, den Oglio en den Mincio, en ook, even als de
kustrivieren de Brenia, de Piave en de ^a^/zamen/o (spr. Taljamento),
in de Adriatische zee stroomt; 4) de Elbe^ die uit het Keuzenge-
bergte ontspringt, de Iser, Moldau en Eger ontvangt, en, na eenen
loop van 45 m. door Boheme, naar Saksen gaat; 5) de Odery die
in ]\Ioravië ontspringt, en vervolgens in Pruissisch Silezië vloeit;
0) de Weichsel^ die in Oostenrijksch Silezie van de Karpaten ont-
springt, de Dunajez, Sait en Bug opneemt, en vervolgens het koning-