Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ITALïë. 95
rijk behoorende eiland Cor.^ica en het aan Engeland behoorende
Malta met daaronder begrepene kleinere eilanden, eene opper-
vlakte van 5600 vierkante mijlen, waarvan de eilanden nagenoeg
950 V, m. beslaan.
De tijd der Oud-Grieken en Hetruriërs loopt tot het jaar 366 vóór Chr. ge-
boorte, die der Romeinen tot 476 na Chr., en die van het barbarismus tot 962,
toen Otto de Groote van Duitschland ook koning van Italië werd. De ontwik*
keling van de tegenwoordige Italiaansche taal en politieke betrekkingen loopen
tot den dood van keizer Fkederiic II, in 1250. De bloeitijd der beeldende kun-
sten, der letterkunde en van eenige republieken tot aan de heerschappij van do
Spaansche regering, loopt tot aan 1559.
Italië heeft zich tweemaal roemruchtig betoond: eerst in de oudheid, toen do
burgers van Rome zich in den oorlog met het zwaard en in staatkunde door
welsprekendheid onderscheidden; en later in de middeleeuwen, toen nieuwe re-
publieken bloeiden, en kunstenaars en schrijvers de overige Europeanen in be-
schaving voorgingen. Tegenwoordig zijn de Italianen hierin bij andere natiën ten
achteren.
In den oudsten tijd k\^amen de Hetruriërs en de Grieksche koloniën in groot
aanzien, terwijl Rome, dat 754 vóór Chr. gebouwd werd, nog onopgemerkt bleef.
Vervolgens betoonde de burgerij dezer merkwaardige stad, die na langjarigen
inwendigen strijd eene bewonderenswaardige staatsregeling had weten te beko-
men, sedert het jaar 366 vóór Chr. zich oorlogzuchtig en veroverend. Nadat zij
allengs alle volkeren en steden van het schiereiland tot aan den Rubico aan zich
had weten te onderwerpen, begon _ zij in 264 vóór Chr. den eersten Punischen
oorlog met Carthago, waardoor Sicilië gewonnen werd. Kort daarna waren de
Cisalpijnsche Galliërs in het gebied van den Po overwonnen, en een tweede Pu-
nische oorlog, beroemd door Hannibal en den ouderen Scipio, leidde tot vero-
veringen in het zuiden van Spanje en tot vernedering van de tot dien tijd mag-
tige Carthaagsche republiek, in het jaar 201 vóór Chr. geb. Van nu af mengde
zich de Romeinsche staat in de^ zaken van het Oostelijke statenstelsel, en wist
door slimheid en magt Macedonië, Illyrie en Griekenland tot zijne provinciën to
maken, terwijl tevens in 146 vóór Chr. Carthago geheel vernietigd werd, en in
vele staten van Klein-Azic, gelijk mede aan Syrische en Egyptische hoven, Ro-
meinsche gezanten den grootsten invloed uitoefenden.
De geschiedenis van den toenmaligen tijd is rijk aan voorbeelden voor ons.
Aan het lot van dc Grieksch-Macedonische staten-wcreld leert men, hoe kleine
volken moeten trachten te verhoeden, dat een kolossale nabuur zich in hunno
zaken mengt. Rome bezat reeds geheel Italië, benevens Sicilië, Sardinië en Zuid-
Spanje; en toch maakten de koningen en republieken van het Oosten zich niet
ongerust, te minder toen zij hoorden hoe zuur het den Romeinen viel, de kleine
heldenschaar van Hannibal uit Italië te werpen; zij zagen dan ook bedaard
aan, dat Carthago overweldigd werd. Naauwelijks echter waren er eenige jaren
verloopen, of ook de trotsche Macedonische soldatenmagt was verlamd, en het
woord der gezanten van Rome had in de raadsvergaderingen van beschaafde Griek-
sche staatsmannen een beslissend overwigt. Maar ook de Romeinen zelve leverden
voorbeelden Van heldenmoed, van openlijke opoffering voor het vaderland in ge-
vaar tot den dood toe, en inzonderheid van onwrikbare volharding in tijden
van tegenspoed, waardoor zij steeds maakten dat de fortuin hun weder gunstig
werd. Hun senaat was geruimen tijd eene vereeniging van de eerste staatslieden
en vrijheidsvrienden, en hunne republikeinsche inrigting was eeuwen lang een
voorbeeld van verstandige zamensmelting van aristocratie en democratie, zoodat
noch de eerste tot onderdrukking van het volk, noch de laatste tot heerschappij
van het gepeupel kon overslaan. Van groot belang is het derhalve, hunne staats-
regeling te kennen. Doch even zoo leerrijk is het, te weten, hoe deze staatsregeling
eindelijk in duigen viel, en niet door de magt van vreemde volken, maar in het
binnenste van den staat zeiven, door het contrast van bovenmatigen rijkdom met
do diepste armoede. door zedebederf, icugellooze eergierigheid, en tweedragt
der burgers onder elkander. Het tijdvak van den val der republiek begon ge-
durende den onregtvaardigen oorlog met Numantia, toen de rijke Senatorische
geslachten van Rome aan de wijze voorstellen der gebroeders Graccuus, die bij
tijds den toenemenden opstand van het gemeen wilden tegengaan, geen gehoor
gaven en zich er zelfs gewapenderhand tegen verzetteden. Deze oorlog eindigde
ten laatste met den dood van Pompejus, Cato, Caesar', Cicero, en anderen,
waarop de uitgeputte staat, 30 jaar vóór Chr. geb., onder de alleenheerschappij van
Augustus geraakte. Evenwel schitterden in dozen laatsten veel bewogen tijd.
alsof dc Romeinsche geest zich voor het naderend verval eerst nog iu al zijno