Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
90 EUROPA.
h'órner, 12,500 v., de TFetterhorn, 11,454 v., dc Galenstock, 11,330 v. en
AeFurka 13,171 v. boven de zee. De St. Gotthard, waar zicli de twee
Alpen-ketens vereenigen, verdient wegens zijne grootte den naam van
gebergte, en van hem loopen verscheidene aanzrenlijke bergketenen
uit. De hoogste spits er van bereikt 9844 v. Van den St. Gothard
strekken zich ten oosten de MhcBtische Alpen uit, cn loopen tot aan
den Ortles-spits in Tirol. Het middelpunt van dit gebergte is de
Vogelberg, welks hoogte 10,230 v. bedraagt. Nog noordelijker van
de Berner Alpen strekken zich nog andere Alpen-takken uit, zijn-
de kalkgebergten van 10 a 12,000 voet, van boven met ijsvelden,
beneden van heerlijke weiden voorzien, zoo als do 10,500 v. hooge
Titlis, de hoogste top van het Surenen-gehergte, do 11,000 v. hooge
Bödi, enz. In het westen van Zwitserland, aan do Fransche gren-
zen, vindt men het minder hooge Jura-gebergte. De hoogste top-
pen er van verheffen zich slechts weinig boven de 5000 v., van
welke de Prè des Marmiers, de Reculet en de Grand Colombier tot
Frankrijk en de Mont Tendre en Dole tot Zwitserland behooren.
Vele der opgenoemde bergen zijn met eeuwige sneeuw bedekt,
en bestaan op hunne hoogere deelen uit ijsvelden; de lagere deelen
daarentegen hebben schoone weilanden, en aan den voet heeft men
vruchtbare, aangename dalen. Takken dezer bergen verspreidden zich
naar alle zijden door het geheele land, worden al lager en lager, en
dalen zelfs tot heuvelen af. Uitgestrekte vlakten heeft men in Zwit-
serland niet. Het klimaat is, ten gevolge van deze hooge ligging,
kouder dan in het meer noordelijke Duitschland, doch zuiver en
gezond. In de dalen, inzonderheid aan de grenzen van Italië, heerscht
somtijds eene drukkende hitte.
Onder de voortbrengselen heeft men, onder anderen, gemzen,
steenbokken, marmotten, veel tam en wild gevogelte, in de zuid-
westelijke deelen ook fijne zuidvruchten, eenig goud en zilver, ko-
per, lood, ijzer, kobalt, zink, fraai marmer, graniet, albast, berg-
kristal, minerale bronnen, enz. In het geheele land is slechts één
zoutwerk.
De fabrieken zijn van zeer veel gewigt; de voornaamste cn
grootste zijn die van katoen en zijde, welke een aantal menschen
bezig houden en zeer goede waren opleveren. Na deze komen in
aanmerking de papier-, laken-, kant-, linnen-, imrwerk-en metaal-
fabrieken. Met hetgeen deze fabrieken opleveren j als ook met de op-
brengst der veeteelt, drijven de inwoners eenen levendigen handel.
Onder de inwoners zijn 1,400,000 Hervormden, 972,000 Roomsch-
Katholieken en de overige Joden. Men spreekt vierderlei talen, na-
melijk in het grootste gedeelte een dialect van het Hoogduitsch, voorts
Fransch, Romanisch of Churwalsch, en in eenige oorden Italiaansch.
De 22 kantons, waarvan 3 wederom ieder in tweeën zijn ver-
deeld, zijn de volgende:
1. Zurich,'oppervlakte 32| v.m., met 250,000 bew., groo-
tendeels Hervormd.
Zurich, de hoofdstad, lijjt in een dal, dat geheel door bergen is ingesloten,
en aan de Limmat, die hier uit het meer van Zurich voortkomt. Er zijn goede
fabrieken, veel handel, eene hoogeschool en 20,400 inw. Bülach heeft 1600 inw.
Winterthür, in eene schoone vlakte aan de Enlach, heeft katoenfabrieken en 5500
inw. Grüningen heeft weverijen en 1700 inw. Eqlisau, aan den Kijn, heeft wijn-
bouw, scheepvaart en 1650 inw. liet dorp \Vadenschivyl, aan het meer van