Boekgegevens
Titel: Aperçu de la grammaire Hollandaise
Auteur: Eys, W.J. van
Uitgave: La Haye: Martinus Nijhoff, 1890
[S.l.]: Zuid-Hollandsche boek- en handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203760
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aperçu de la grammaire Hollandaise
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
CHAPITRE IX.
LES PRÉPOSITIONS
Les principales prépositions sont:
aaii, à, sur, de, en; p. ex. aan mij, à moi; aan aile
zijden, de tous côtés; aan den Rhijn, sur la Rhin; aan
elle plaatsen, en tous lieux
achter, derrière ; p. ex. achter de deur, derrière le porte,
by , chez, par, dans, près, avec, à côté, de, sur ;
p. ex hij mij, chez moi; hij voorbeeld, par exemple;
bij de kerk, près de l'église; hij dag, de jour, ik héb
y eld hij mij, j'ai de l'argent sur moi.
boven, au dessus; p. ex. boven de deur, au dessus de
la porte.
door, par, à travers, à force de; p. ex rfoor»iy,par
moi; hij liep door het vuur, il passa à travers le feu;
door colharding, à force de persévérance
gedurende, pendant; eyi. gedurende den winter
dant l'hiver.
in. en, dans, à, de, sous; p. ex in vier dagen, Aa.m
quatre jours; in Amsterdam, à Amsterdam ; in haast,
à la hâte; in '< rood gekleed, habillé de rouge.
jegens, envers; p em. hij is vriendelijk jegens iedereen-,
il est affable envers tout le monde.
met, avec, de, par; p. ex. met mij, avec moi; met
den dood straffen, punir de mort ; met zachtheid verkrij-
gen, obtenir par la douceur; wij zijn met ons vieren,
nous sommes quatre.