Boekgegevens
Titel: Aperçu de la grammaire Hollandaise
Auteur: Eys, W.J. van
Uitgave: La Haye: Martinus Nijhoff, 1890
[S.l.]: Zuid-Hollandsche boek- en handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203760
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aperçu de la grammaire Hollandaise
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
Infinitif.
Indicatif.
Prénent.
Part, passé. Présent. Imparfait.
couler vlieten gevloten ik vliet |ik vloot
bâfrer vreten gevreten ik vreet lik vrat
laver wasschen gewasschen ik wasch ik wiesch
croître wassen gewassen ik was ik wies
peser wegen gewogen ik weeg ik woog
jeter werpan geworpen ik werp ik wierp ')
enrôler werven geworven ik werf ik wierf
céder wijken geweken ik wijk ik week
montrer wijzen gewezen ik wijs ik wees
remonter winden gewonden ik wind ik wond
gagner winnen gewonnen ik win ik won
devenir worden geworden iik word ik werd
venger wreken gewroken ik wreek ik wrook
frotter wrijven gewreven ik wrijf ik wreef
tordre wringen gewrongen ik wring ik wrong
envoyer zenden gezonden ik zend ik zond
bouillir zieden gezoden ik zied ik zood
s'affaisser zijgen 1 gezegen ik zijg ik zeeg
chanter zingen Igezongen ik zing ik zong
descendre zinken ! gezonken iik zink ik zonk
songer zinnen igezonnen ik zin ik zon
être assis zitten gezeten ik zit ik zat
sucer zuigen gezogen ik zuig ik zoog
engloutir zwelgen igezwolgen ik zwelg ik zwolg
gonfler zwellen gezwollen ik zwel ik zwol
nager zwemmen gezwommen ik zwem ik zwom
tourner zwenken jgezwonken ik zwenk ik zwonk
jurer ' zweren (ju- ik ik
rer) gezworen zweer zwoer
suppurer zweren {sup-
jmrer) gezworen het zweert het zwoor
errer zwerven gezworven ik zwerf ik zwierf
se taire zwijgen gezwegen ik zwijg ik zweeg
') Ile même: ik worp.
-) Auparavant aussi: ik wierd.