Boekgegevens
Titel: Aperçu de la grammaire Hollandaise
Auteur: Eys, W.J. van
Uitgave: La Haye: Martinus Nijhoff, 1890
[S.l.]: Zuid-Hollandsche boek- en handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203760
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aperçu de la grammaire Hollandaise
Vorige scan Volgende scanScanned page
PP
36
Présent.
Ik heb, j'ai.
Hij heeft
Wij hebben
Gij hebt
Zij hebben
INDICATIF.
Imparfait.
Ik had, j'avais.
Hij had
Wij hadden
Gij hadt
Zij hadden
Parfait indéfini.
Ik heb gehad, j'ai eu.
Hij heeft „
Wij hebben „
Gij hebt „
Zij hebben „
Ik
Plusque parfait.
had gehad, j'avais eu.
il
i
Simple.
Hij had
Wij hadden
Gij hadt
Zij hadden
FÜTUK.
Composé.
Ik zal hebben Ik zal gehad hebben j i
Hij zal „ 1 Wij zullen „ Gij zult , Z'0 ztdlen „ js Hij zal „ Wij ztdlen „ Gij zult „ Zij zullen „ t> j) n f) li ' : CS 3 ■ ]
CONDITIONNEL.
Présent. Passé.
Ik zou hebben Ik zou gehad hebben
Hij zou „ Wij zouden „ Gij zoudt „ Zij zouden „ 1 ^ il Hij zou „ Wij zouden „ Gij zoudt „ Zij zouden „ V V n V O X 'S 3 jri