Boekgegevens
Titel: Aperçu de la grammaire Hollandaise
Auteur: Eys, W.J. van
Uitgave: La Haye: Martinus Nijhoff, 1890
[S.l.]: Zuid-Hollandsche boek- en handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203760
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aperçu de la grammaire Hollandaise
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
INDICATIF.
Présent. Imparfait.
Ik hen^ je suis. Ik was^ j'étais
Hij is Hij was
Wij zijn Wij waren
Gij zijt Gij tvaart
Zij zijn Zij waren
Parf. indéfini. Plusque parfait.
Ik hen geweest , Ik was geweest j .
Hij is f »■O Hij was Ié
Wij zijn [ Wij waren \ te i 'i
Gij zijt \ Gij waart
Zij zijn Zij waren
FÜTÜR.
Simple.
Ik zal zijn
Hij zal „
Wij zullen „
Gij zult „
Zij zullen „
Antérieur.
Ik zal geweest
Hij zal
Wij zullen
dij zult
Zij zullen
Présent.
CONDITIONNEL.
Passé.
Ik zou zijn Ik zou geweest zijn. Kc
Hij zou 1 f QQ Hij zou 1 :
W^ zouden „ § Wij zouden „ „ /'i
Gij zoudt j, CD Gij zoudt „ „
Zij zouden „ Zij zouden „ „ )