Boekgegevens
Titel: Aperçu de la grammaire Hollandaise
Auteur: Eys, W.J. van
Uitgave: La Haye: Martinus Nijhoff, 1890
[S.l.]: Zuid-Hollandsche boek- en handelsdrukkerij
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203760
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aperçu de la grammaire Hollandaise
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Hij zal „
Wij zullen „
Gij zult „
Zij zullen „
Parf. indéfini.
Ik heh geplukt j
Hij heeft „
Wij hebhen „
Gij hebt „
Zij hehhen „
Simple.
Ik zal plukken.
O
/ g
13
m
3
O
œ
►-s
Plusque parfait.
Ik had geplukt
Hij had „
Wij hadden „
Gij hadt „
Zij hadden „
FUTUR.
Antérieur.
Ik zal geplukt hehhen.
Hij zal „ „
Wij zullen „ „
Gij zult „ „
Zij zullen „ „
COSDITIOXNEL.
Présent.
Ik zou plukken.
Hij zou „
Wij zouden „
Gij zoudt „
Zij zouden „
O
3
O
O
Passé.
Ik zou geplukt hebhen.
Hij zou „ „
Wij zouden „ „
Gij zoudt „ ,
Zij zouden „ „
! ai
Présent.
ik pluk-ke
dat
hij
wij
9V
zij
—ke
—ken
— ket
—ken
SUBJONCTIF.
O
g
O
œ
é
Imparfait.
Comme
l'imparfait,
de
l'indicatif.