Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 776 B 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203735
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Grammatica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
(= dat hij het mij liet weten) —Ik ben zoo gelukkig, u te kennen —
Zij waren zoo onvoorzichtig, den koning openlijk te beleedigen —
Hij is te lui, om te werken— De knaap was te dom, om het te begrij-
pen — Het licht ging uit, met de deur toe te slaan (= terwijl of
toen men de deur toesloeg) — Hij brengt den tijd door, met anderen
te plagen — De sleutel brak, met het slot om te draaijen — Zij
leven voort, zonder over hun' toestand na tc denken (= terwijl zij
niet over hun' toestand nadenken) — Hij ging zijn gang, zonder
zich aan dien wijzen raad te storen — Zij spelen, in plaats van
te leeren (= terwijl zij niet leeren) — De jongen echeurde zijn
boek, ia plaats van zijne les uit te schrijven — Die knaap be-
droeft ons, door nooit naar onze lessen te luisteren dewijl )x\]
nooit naar onze lessen luistert).
Geweldig verschrikt, sprong hij in het water (= T^öö-/ hij ge-
weldig verschrikt was, enz.) — Veracht en miskend, verliet hij
zijn vaderland— Gevaar duchtende, liep hij henen — Nergens
hulp vindende, gaf hij zich aan wanhoop over.
4. Verkorte bijvoegelijke zinnen.
Hij, rijk en aanzienlijk, verliet zijn vaderland, vrijwillighij,
die rijk en aanzienlijk was, verüet zijn vaderland vrijwillig) —
Zij, eertijds geacht en bemind, werd nu veracht en gehaat —
Wij, vroeger heidenen en afgodendienaars, kennen nu deneenigen
waren God.
De bijstellingen kunnen als verkorte bijvoegelijke zinnen be-
schouwd worden.
VOORBEELDEN.
Het is mijne geivooiitc niet, mijn woord 7iiet te houden —
zamengestelde volzin, bestaande uit een* hoofdzin en een'
ondergeschikten verkorten onderwerpszin.
Het is mijne gewoonte niet — bep. ontk. enk. eigenschapszin,
hoofdzin, waarvan de verkorte onderwerpszin
het ware onderwerp uitmaakt, van welken
het de aankondiger is.