Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 776 B 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203735
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Grammatica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Bescheiden te wezen, betaamt den leerling (= Bat hij bescheiden is,
betaamt den leerling, 3n.) —- Het is mijne gewoonte niet, mijn
woord niet te houden — Ute behagen, was zijn hoogste wensch —
Zijnen ouders genoegen te geven, was zijn eenig streven — Het is
een voorrecht, een gelukkig geheugen te hebben — Het is niet
edel, slechts aan zichzelven te denken — Den armen en nooddruf-
tige te helpen, is plicht'— Den tijd niet verloren te laten gaan, is
eene gewichtige zaak voor de jeugd — Het is eene gewichtige zaak
voor de jeugd, deu tijd wèl te besteden.
2. ferhörte voorwerpszinnen.
Hij wenschte, toegelaten «rorc^e« (= hij wenschte, dat hij toe-
gelaten Wierde) — Ik hoop, u nog eenmaal weder te zien — Zij
beloofde mij, de ongelukkige bij te staan {= dat zij de ongelukkige
zoude bijstaan) — Ik zweer u, hem niAmer te verlaten — Gij ver-
zekert mij, er niet bij geweest te zijn — Zij meenen , zich genoeg
te kunnen verontschuldigen — Ik geloof, mijn* plicht gedaan te heb-
ben — Hij verdient, zich geëerd te zien — Ik wensch u, wel te
rusten (=ik wensch u, dat gij wel moogt rusten)—Ik ried hem (3n.),
zijnen plicht te betrachten — De onderwijzer vermaande haar , hare
les te leeren — Zij verzocht ons, binuen te komen (== dat wij zouden
binnen komen) — Wie heeft u vergund , die perziken te plukken? —
De veldheer beval, de brug af te breken (=,dat men de brug af-
brake, of, af zou breken) — Ik beloof u, te komen — Ik bespeur,
gedwaald te hebben — Zij verlangt, binnengelaten te worden —
Men vergunde haar, bij hare ouders te blijven.
3. Verkorte bijwoordelijke zinnen.
Zij kwamen, na gegeten te hebben (= nadat zij gegeten hadden) —
Zij bekende de misdaad, na haar eerst ontkend te hebben — De
vijand trok af, na de plaats geplunderd te hebben.
Zij leeren naarstig, om goede vorderingen te maken (= opdat
zij goede vorderingen makeu) — Zij bezoeken trouw de school, ten
einde niet achteruit te raken — Zij spraken zeer luid, ten einde door
allen gehoord te worden — Zij gaan nu reeds op weg, om toch niet
te laat te komen Hij was zoo vriendelijk , het mij te laten weten