Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 776 B 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203735
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Grammatica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
I
67. Die in zijn jeugd niet vlijtig leert,
Krijgt zelden, wat zijn hart begeert.
68. Al zijt gij slim bij booze daden.
Een muisje kan 't geheim verraden.
69. God oordeelt niet naar kleur of land,
Maar loont de deugd in eiken stand,
70. Een rein geweten siddert niet,
Daar 't kwade voor een schaduw vliedt.
71. Wie ouders mint en eert op aard,
Is God en menschen (3n.) lief en waard.
72. Wie op den hoogen God vertrouwt,
Heeft op een' vasten grond gebouwd.
73. Al is een diertje nog zoo klein,
Het kan ons, menschen, nuttig zijn.
74. Die werkt met lust.
Verlangt geen rust.
75. De leerling, die deze gemengde opgaven behoorlijk ontleedt,
bezit eene voldoende kennis van de nevenschikkende en onder-
schikkende ziusverbinding.
III, DE VEKKORTE ONDEEGESCHTKTE VOLZIN.
30. De ondergeschikte volzin is soms vatbaar voor ver-
' korting. Daardoor verliest hij den vorm van een'
volzin, en schijnt slechts een deel van den hoofdzin.
OPGAVEN.
1. Verkorte onderwerpszinnen.
U weder hier te zien, verheugt mij (=? dat ik u weder hier zie,
verheugt mij) — Het betaamt den leerling, bescheiden te toezen, of: