Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 776 B 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203735
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Grammatica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
7. Dat is waar, omdat het eenvoudig is—Hij zal niet kunnen
komen , daar hij ziek is —; Yele kinderen zijn ziek geworden , door-
dien zij onrijp ooft gegeten hebben — Wij laten dien leerling aan
zijn lot over, aangezien al onze vermariingen niet baten — Ik zal
u niet verder vragen , sinds gij toch niet antwoordt — Ik ga heen ,
nademaal gij toch niet komt.
8. Droog tranen, opdat uwe tranen gedroogd worden — De tuin-
man snoeit de boomen, ten einde zij te betere vruchten zouden
dragen—Verzamelt het overschot der gebroken brooden, dat er
niets verloren ga.
9. Wat zou er gebeuren, zoo gij ongehoorzaam waart ? — Kom niet
te laat, zoo het u mogelijk is — Ik zal het doen, wanneer hij het doet.
10. Ik zoude het doen, mits hij het dede — Zij zal het niet doen,
tenzij gij het doet — De vader zoude het niet gedaan hebben, ten
ware de moeder het gedaan hadde — Ik zal lezen, in geval gij mij
een boek schenkt— Wij zullen hen gelooven, bijaldien zij gehoor-
zaam zijn —Schrijf mij spoedig, wanneer het eenigszins mogelijk is —
Hoe zouden zij lezen kunnen, zoo ze't niet geleerd hebben?
11. Zij getroostte zich de ontbering, hoewel zij aan de weelde
g(woon was — 511k , hoedanig zijn stand ook zij, is geroepen tot
trouwe plichtsbetrachting — Hij zal 't niet doen, al wordt hij be-
dreigd— Wees tevreden in uw lot, welke ongelukken uook treöen
mogen — De dood roept ons allen, hetzij wij voorbereid zijn, hetzij
wij onvoorbereid zijn.
Wen&cht nooit uw* evenmenschen kwaad,
Al waart gij 't ^voorwerp van hun' haat.
Ik deed het, hoewel ik er een ekel aan had — Zij kwamen,
ofschoon het te laat was — AVijk nimmer van den weg der deugd
af, waar ge u ook bevinden moogt — Ik zal u niet vergeten, ,
waarheen ik mij ook' begeven moge — Zij deden het, hoezeer 't hun .
speet — Hij deed het, niettegenstaande ik het verboden had.