Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 776 B 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203735
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Grammatica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
Toch beging hij de misdaad — Kinderen! hebt uwe ouders lief; want
zij zijn uwe beste vrienden op aarde — Alle mensehen zijn aan
den dood onderworpen; gevolgelijk zullen ook wij eens sterven —
Jozef wilde zijne broeders beproeven; dcmom sprak hij hen hard
toe — Het gras is vochtig; hij gevolg heeft het gedauwd — De Bata-
vieren waren zeer dapper; deswegen! werden zij door de Romeinen
geacht — Deze jongeling wil onderwijzer worden; rfoar/e« moet hij
veelleeren — Het is vandaag vacantie; vandaar zijn zooveel kin-
deren aan 't spel — ïranpois Guyon wilde Willem I vermoorden.
Te dien einde trachtte hij des vorsten gunst te winnen — Bezoekt
naarstig de school. Zij toch is de oefenplaats der jeugd — Ouders!
Gij stelt terécht prijs op het onderwijs uwer kinderen. Immers
kunnen dezen daardoor nuttige leden der Maatschappij worden —
Ik ben ongelukkig. Ban gij kunt mij helpen.
2. Dat het verbindingswoord somtijds ééns, of meermalen, of ge-*
heel wegblijft, blijkt uit de volgende volzinnen.
Tün. — De,zelfkennis is moeijelijk ; het berispen van anderen is
^ gemakkelijk—Velen hebben te veel;-weinigen hebben genoeg —
IJlings waait een verkwikkende adem ons aan; de zon heeft haren
koesterenden gloed hernomen; rivier en beken vloeijen weder; gras
en korenhalmen, en bloemenkelken tooijen den ontloken grond;
de zwangere knoppen barsten open in het woud; het vee dartelt in
de weiden—Het gevogelte vervult de balsemlucht met zijne toonen;
een nieuw leven is in onze aderen ingestort — Wees niet wijs in uwe
eigene oogen, vrees den Heer en wijk af van het kwade — Leer uw
karakter kennen; verbeter uwe goede hoedanigheden; worstel tegen
uwe ongeoorloofde neigingen en ruk uit uw hart al de wortels der
ondeugd.
't Vaarwel en 't afscheid joelt en schatert langs de stranden;
De mutsen zwieren rond in de opgestoken handen;
De doeken zwaaijen ; groet en handkus, 't luid hoezee
Verzelt hun uittocht langs het water en de reê.
.¥aar—Het leven is in zijne snelheid een droom; in zijne ge-
wichtige beteekenis is liet eene eeuwigheid — De onverstandige