Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 776 B 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203735
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Grammatica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
OPGAVEN.
1, De hemelen verteilen Go^s eer, en het uitspansel verkondigt
zijner handen werk—Deze leerling gehoorzaamt zijnen-ouders en
onderwijzers. Ook plukt hij daarvan de schoonste vruchten —
Mei alleen heeft de vader toegestemd, ook de moeder gaf hare
toestèmming—Niet üechis de koning kwam daar, maar ook de
koningin verscheen — Noch de jongen schrijft, noch hef meisje"
leest— Eersi beschreef mijn broeder zijne reis naar Amerika, daarna
sprak hij over zijne aankomst in dat werelddeel, verhaalde
hij eenige merkwaardige gebeurtenissen uit zijn leven onder de
Roodhuiden — Nit eens sprak hij niét tot mij; dan eens overlaadde
hij mij met vriendschap — Eensdeels ben ik verblijd over die zaak,
anderdeels ben ik er bedroefd over — Napoleons getrouwen kwamen
deels om in de ijsvelden van Rusland; deels vielen zij onder het
zwaard hunner vijanden; deds werden ze een pro.oi van honger eii
gebrek —Hij weigert het, o/hij staat bet toe — Of\i\] komt te laat,
of hij komt onvoorbereid, o/hij komt in 't geheel niet— De liefde
verblijdt zich niet in de onrechtvaardigheid;''»ififr/r zij verblijdt zich
in de waarheid —Een goed leven bestaat slechts uit een klein getal
van dagen; maar een goede naam duurt eeuwig — Een wijs zoon
verblijdt den vader, maar een dwaze zoon is de droefheid zijner
moeder— De dienstbode moet eerlijk en getrouw zijn, ö/hij wordt
uit zijn' dienst weggejaagd — Het ongeduld geneest onze kwalen
niet; iniegendeel het vergroot ze — Hij was rijk ; doch hij was tevens
zeer gierig — Zijne gansche rede is nederig en bescheiden. Nogtans
heerscht daarin eene gepaste vrijmoedigheid—Hij deed vele won-
deren; evenwel geloofde men niet in hem — De zijderups is een gering
insect; evenwel levert zij de stof voor de rijkste en schoonste kleede-
ren — De arme mag den rijke niet benijden. Daarentegen mag de
rijke op den arme niet met trotschheid nederzien — Gesar en Pom-
pejus waren beiden bekwame veldiieeren ; intusschen begunstigde de
fortuin den eerste boven den laatste De rust mijns gemoeds was
verstoord; ce^s mijn verstand was verduisterd geworden — Hij
wilde nog spreken; edoch hij kon slechts stamelen—Gij wilt mij
zien. Nïc ik zal tot u komen — Hij kende en vreesde de straf.