Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 776 B 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203735
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Grammatica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
19

OPGAVE N.
1. De kuaap leest en denkt na — Hij is braaf en edel — Zij is
jong, schoon en deugdzaam — Ik bid en werk — Zij zongen en
dansten — Hij was, is en blijft mijn vriend — Hij heet en is geluk-
kig — Zij schijnen en zijn wijs — De jongens schreven en lazen —
Die meisjes naaiden en breiden — Schepen vareij, laveren en zei-
len — Vloekt, noch zweert — Speelt en babbelt hij ? — Aten en
dronken die arme lieden ?
2. Wj en ik komen — Zij en haar broeder/kwamen — Armen en
rijken leven en sterven — Appelen, peren, perziken en abrikozen
zijn smakelijke vruchten — Zijn vader en uwe moeder bezochten
ons — Mijn dochter en uw zoon waren gehoorzaam — Noch zijn
broeder, noch zijne zuster wilde het doen— De koning en zijn
minister waren vertrokken — Jan en Piet zal komen — Ik , gij en
hij waten ziek — De boom- en veldvruchten zijn onontbeerlijk —
Zijne ouders en grootouders zijn reeds dood — Die heer en gindsche
dame zijn rijk, doch gierig — De deuren en vensters waren geslo-
ten — Man en paard verdronk — Zoowel de vader als de moeder
sprak over de zaak — Ik en gij hebben het niet gezien — Doze
man en die vertrekken niet — Hebben de neef en nicht, de oom en
tante het gedaan? — Zijn vader en zoon vertrokken ?
3. Zij aten pruimen en peren — Men dronk melk, bier en wijn —
Zij gebruiken Ijrood en vleesch — Gij ziet het kokend schuim en
't vliegend zwerk — De vader kocht leijen, boeken, potlooden en
schrijfboeken — Die arme vrouw brak hare pottenen pannen-—
Die wilde knaap zal armen en beenen breken — De paarden eten
haver en hooi •— De leerlingen schreven brieven en opstellen —
De luije boer verkocht zijne paarden en koeijen—Zijn buurman
heeft zijne varkens en schapen niet willen verkoopen — Hij at
noch vleesch, noch visch — Aten zij noch ^groenten, noch melk-
spijzen!
4. Hij ^"^x^tkX vlug en duidelijk — Zij komen vandaag, morgen
en overmorgen —De boeken des leeraars en des leerlings zijn zin-