Boekgegevens
Titel: Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 776 B 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203735
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Ontleding (taalkunde), Nederlands, Grammatica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zinsontleding: een beknopt leerboekje voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
Die jongen leert — bep. enk. volzin.
Die jongen — uitgebr. ond.
leert — gez. \
die — bep. van jongen.
Wij lezen gaarne — bep. enk. volzii..
Wij — ond.
lezen gaarne — uitgebr. gez.
gaarne — bep. van lezen.
OPGAVEN.
L Bijvoeg, naumw. als bepalingeu van het onderwerp.
Dc ooede leerling luistert—De luije Jan slaapt — Doove Mie
dweilt — Een trouwe liond waakt — De vlijtige knaap rekende —
Het vlugge hert sprong—'t Naarstig honigbijtje vloog — De oude
boom verdort — De schorre donder loeide—De broze glasruiten,
braken — Het zwakke riet boog — De trotsche eik viel — De ploe-
gende os zweette — Eene rijpe vrucht smaakt—De zilveren bel
klonk — Het koperen vat brak — De glazen plaat viel — De linnen
broek is versleten — Velerlei waar bederft — Allerhande volk riep—
Karei de Grooie was groot — Karei rf? Stoute was hertog — ïloris
de Vette was graaf.
2. Voornaamwocrden als bepalingen van het onderwerp.
Mijn leerling leerde — Uw scholier las — Zijne leerlingen cijfer-
den — Deze knaap heeft geteekeud — Gene meisjes sprongen — Die
landman heeft gearbeid — Haar vogeltje had gefladderd — Hun
vinkje zal kweelen—Dit zwaard zou buigen — Deze nevelen ver-
dwijnen — Onze zoon is ziek — Hunne dochter was gezond.
1 en 2. Die oude boom verdort — Gene moede pelgrim rust —
Haar flaauwe hoop verdween — Zijn sterke arm bezweek — Mijn
vernoegde vader lachte — Die zilveren schaar is duur — Zijn gou-
den horlogie is verloren — Dat groote nieuwe huis viel in.
3. Telwoorden als bepalingen van het onderwerp.
Elke droefheid weck — Ieder oogcnblik vervliegt—Menig mensch