Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
8. Voorwerpsiiamen zijn namen van afzonderlijke voor-
werpen, als; mensch, boom, berg, enz.
De voorwerpsnameu wordea onderscheiden in:
Soortnamen of gemeene namen; man, hond, plant, rivier, maana, enz.
Eigennamen en eigen soortnamen ; Willem, Amsterdam, de Alpen;
de Eranschen, EogeUchen, enz.
Verzamelwoorden: volk, vergadering, bosch, gebergte, gedierte,
enz.; het scboone, het goede, het ware, enz.; het Transch, het
Engelsch, enz.
Stofnamen: water, wijn, melk, goud, ijzer, lood, enz.
Stofnamen worden soms als soortnamen gebruikt de wateren
van Neder tand; de Fransche wijnen ; de zouten ; enz.
9. Begripsnamen zijn namen van dingen, die aan of in
de voorwerpen worden waargenomen, en dus sleehts als
zelfstandige naamwoorden gedacht worden, bij voorb.:
wijsheid, deugd, geluk, bloei, groei, hoogte, droogte, grijs-
heid, jeugd, druk, slavernij, bedelarij, bra?id, stand, val,
knal, loop, doop, gelach, beklag, het leven, hel geven, enz.
10. Verkleinwoorden dienen om uit te drukken , dat
iets klein van omvang is, of minder sterk of hevig dan ge-
woonlijk, als; Roosje, kindeke, boekske, stoeltje, bloempje, oo-
gelijn, vogelijn,inaagdelijn; luchtje, vermaakje, regentje, enz.
De oorspronkelijke verkleinvormen ziju : el en ken. Uit el en
f}'« is de verkleinende uitgang lijn ontstaan. Ken is, door versmel-
ting der uitspraak, tot_;>» geworden, waarvoor men nu bijna alge-
meen je schrijft, Ora den wille der uitspraak wordt vódr jen (je)
en ken (k^ vaak eene j, ^ of jo ingevoegd.
Vele woorden op el zijn dus oorspronkelijk verkleinwoorden, als;
droppel of druppel, kruimel^ kneukel, knobbel y sprenkel, eikel^ bun-
del, ijzel, mazel, enz.
a. De zelfst, naamw., welke op d, t, f, g, ch, k, p, » en «on
eindigen, worden verkleind door achtervoeging van als: hoedje,
plantje, stoofje, boogje, lachje, kruikje, stoepje, roosje, vischje,^
Meid wordt meisje of meiske, best wordt besje.