Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
veronderstellende zinnen. En staat hier in de plaats van ne, een
ontkennend bijwoord, dat niet meer alleea voorkomt en met
iemand, ergens, enz. in nxHs, niemand, nergens, enz. tot één woord
is zamengesmolten. Nog zegt men in sommige streken: V En
doet voor: het doet niet\ b. v.: Die man is immers hier geweest ? —
V En doet; d, i.: hij is hier niet geweest,
In plaats van langer hoe grooter men ook: hoe langs
zoo grooter en zoo langs zoo grooter,
, Wijl is eene verkorting van dewijl. Bij dichters komt het ook
voor als verkorting van terwijl; b. v.:
Wat fronst ge dus den wenkhraauwboog,
Wijl heel de wereld bloost en gloeit van vreugdeglansen.
Wijl alles zingt en juicht, beneden en omhoog?
Wen komt bij dichters voor in plaats van wanneer:
Be Schelde, Maas en Waal hespoel den
Be zoomen van vruchtbren grond.
Waar 'gij, wen hooge vloeden woelden,
Ber stroomen moedwil tegemtondt.
Sommige voorzetsels eu zuivere bijwoorden, die als voegwoor-
den optreden, kunnen al dau niet door 't voegwoord dat gevolgd
worden. Daartoe behooren o. a. na, naar, voor, tot; sedert, sinds,
terwijl, gedurende, eer; b. v.: Na {dat) hij hier was geweest; naar
{dat) het valt; vóór {dat) het zoo ver is; sedert {dat) gij hier
zijt; enz.
Na woorden, die uitsluitend voegwoordelijk zijn, moeten dat en
0/wegblijven; b. v.: Zie nu in, hoe verkeerd (niet dat gij,
of gij) gehandeld hebt; hij deed het, schoon, ofschoon, hoewel, al-
hoewel, hoezeer ik (niet dat ik) het hem verboden had.
Met, zonder, behalve en in plaats kunnen, als voegwoorden ge-
bruikt, dat niet missen; b. v.: Het licht ging uit, met dat hij de
deur toesloeg; hij leeft voort, zonder dat hij aan sterven denkt; enz,
In als het ware staat als voor alsof: men mag dus zoowel
schrijven als het ware als als ware het. Aan het laatste wordt
door sommigen, doch zonder grond, de voorkeur gegeven. Als
het ware behoort tot de vergelijkingszinnen.