Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
82. Uit het bovenstaande blijkt, dat een bijwoord nu eens tot deze,
dan eens tot gene soort behooren kan; b. v.: Bij leest zeer wel; hij
zal 't wel doen ; hij zal wel doen.
In veel gevallen is er geen onderscheid tusschen de bijv. naamw.
en bijwoorden. Van enkele bijwoorden op s worden bijv. naamw.
op sch gevormd; als; schaarsch van schaars; vergeefsch van vergeefs;
averrechtschs^ys. averrechts;ßukschy?cnfluks; //«teÄvanlinks;gindsch
van ginds; dagelijksch van dagelijks. Van de bijwoordelijke uitdruk-
kingen onderhands, buitendijks, ouderwets vormt men evenzoo on-
derhand&ci, buitendijksch, ouderwetsch.
Dwars en paars worden als bijv. naamw. soms, verkeerdelijk,
met CÄ gebruikt; bitsch, spitsch, warsch eischen de ch.
Het bijwoord wielen wordt steeds vódr het zelfst. naamw.geplaatst:
Wijlen willem II was een dapper krijgsman ; wijlen uwe moeder.
Men make behoorlijk onderscheid tusschen zelden en zeldzaam ;
men schrijve: dit ziet men zelden en niet dit ziet men zeldzaam.
Men wachte zich voor het gebruiken eener dubbele ontkenning,
als : ik zag hem nergens niet, voor ik zag hem nergens. Ook wordt
de ontkenning weggelaten, wanneer ze in het werkwoord opgeslo-
ten ligt. Tot deze werkw. hehooren-. verbieden, ontkennen, loochenen,
zich wachten, zich hoeden; als: Wacht u, zulks te doen; hij loo-
chende, dat hij V gedaan had.
Ooit en nooit zien op het verleden en de toekomst; immer en nim-
mer alleen op de toekomst; als: hij heeft het nooit gedaan ; zij zal
't nimmer of nooit doen,
In vaakmalen is 't woordje malen overtollig.
Men schrijve: hierheen, daarheen, waarheen, ergens heen gaan, er-
gens heen reizen, waar heen de waarde heeft van 't voorzetsel naar;
doch daarentegen: henengaan (weggaan), henentrekken, enz.: henen
beduidt eene beweging uit eene plaats.
Met komt enkele malen voor als bijwoord van tijd, met de be-
teekeitis van op hetzelfde oogenblik, b. v.:
gk Zie hem ! daar is hij ! Tiran, voor den dag
Mei rukt hij 't zwaard uit en dreigt hem den slag.
Met is hier eigenlijk het eenige woord, dat van den tijdbepa-