Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
aiierst heUfJd; ik was hijzonder tevreden ; driewerf gélukkig is de
ievredène,
3. Bijwoorden van omstandigheid; ais: tevergeefs; gaarne,mede,
tegelijk; al ie maal, zamen, slechts oïmaar, minstens, eerstens, ten
tweede, anderdeels, ten slotte, wijders, voorts;d\^\ hij deed het gaarne;
zij smeekte te vergeefs; ik hel maar drie zusters; zij sprak wijders over u.
4. Bijwoorden van plaats en ruimte; als: aan, achter, bij, in, na,
nabij, dichtebij, op, voor, heinde en veer (nabij en ver), naast, nevens,
beneden, binnen, buiten, onder, ver, wijd en zijd, overal, ergens, ner-
gens, hier, daar, er, vandaan, ginds, ginder, daarboven, rechts, links',
onderweg, tehuis, elders; af, daar, om, rond, rondom, toe, van, uit,
heen, her, henen , voort, weg , naarboven , voorwaarts, herwaarts,
derwaarts, vandaar, daarheen, waarheen, bergaf, bergop, noordwaarts,
huiswaarts, te mijwaart; b. v.: Ja, die landouwen, als heinde en
veer wij hier aanschouwen, zijn nergens meer.
5. , Bijwoorden van tijd: ooit, nooit, nimmer, nimmermeer-, eens,
weleer, voorheen; dan, nu, heden, thans, gisteren, toen, hierna, da-
delijk, juist, reeds, wanneer, wen, terstond, aanstonds, nog, weldra,
dra, straks, strakjes, zoo met een, kor,ielings, eindelijk, nachts, eerst-
daags; steeds, altoos, altijd, immer, immermeer^ sedert, voortaan,
onderwijl, intusschen, van liever lede; zelden, dikwijls, dikwerf, vaak,
telkens, weder, op nieuw, somtijds, soms {som te mets), al te met,
ie mei, ?iu eens— dan eens, gewoonlijk, doorgaans^ toenmaals, voor-
maals, nogmaals, telken male, andermaal, ten tweeden male, enz.
' B. v.: Zal het ooit gebeuren ? Is hij andermaal hier geweest? Ik zie
^em zelden. Er was eens een koning^
6. De bijwoorden van wijze, ook modale geheeten, worden on-
derscheiden in bevestigende: ja, wel, voorzeker, voorwaar, waar-
lijk,immers, stellig, degelijk^ volstrekt, gewis, werkelijk, wezenlijk, waar-
achtig, trouwens; ontkennende: neen,niet, geenszins; vermoedende:
waarschijnlijk, misschien, mogelijk, wellicht, vermoedelijk, wel; wen-
SC hen de: dan, toch. Bv.: Bij zal Hwel doen; H is stellig waar; o Kom toch!
7. Voegwoordelijke bijwoorden zijn: nu, evenwel, niettemin, toch,
desniettegenstaande, intusschen, integendeel, daarentegen, dunsvolgens,
derhalve, enz.