Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
Gebiedende wijs.
Enkelvoud.
1. Laat mij vallen; laat ik vallen.
2. Val;
3. Hij valle ! Laat hem vallen; laat hij vallen.
Meervoud.
1. Vallen wij! Laat ons vallen; laten wij vallen.
2. Valt.
3. Zij vallen ! Laat hen vallen; laten zij vallen.
Naamwoordelijke vormen des werkwoords.
Onbepaald werkw. (onbep. wijs) Deelwoord van
van den onvolm. tijd den onvolm. tijd (bedr.deelw.)
vallen. vallende, vallend.
Onbep. werkw. v. d. volm. tijd. Deelw. van den volm. tijd.
gevallen zijn. gevallen (lijd. deelw.)
gevallen te zijn. gevallen zijnde.
80. Vervoeging van het overgankelijk werkwoord leloonen in
't lijdende geslacht.
Aaniookende wijs. Aanvoegende wijs.
Onvolm. teg. tijd.
, Enkelvoud.
1. Ik word beloond. 1. Ik worde beloond.
2. Gij wordt beloond. 2. Gij wordet beloond.
3. Hij wordt beloond. 3. Hij worde beloond.
Meervoud.
1. Wij worden beloond. I. Wij worden beloond.
2. Gij wordt beloond. 2. Gij wordet beloond. '
3. Zij worden beloond. 3. Zij worden beloond.
Onvolm. verl. tijd.
Enkelvoud.
1. Ik werd of wierd beloond. 1. Ik werde of wierde beloond.
2. Gij werdt of wierdt beloond. 2. Gij werdet yoi wierdet beloond.
3. Hij werd of wierd beloond. 3. Hij werde of wierde beloond.