Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
' Meervoud.
1. Wij hebben geleerd. 1. Wij hebben geleerd.
2. Gij hebt geleerd. 2. Gij hebbet geleerd.
3. Zij hebben geleerd. 3. Zij hebbed geleerd.
Volmaakte verledene tijd.
Enkelvoud.
1. Ik 'hadde geleerd.
1. Ik had geleerd.
2. Gij hadt geleerd.
3. Hij had geleerd.
2 Gij haddet geleerd.
3. Hij hadde geleerd.
Meervoud.
1. Wij hadden geleerd.
2. Gij haddet geleerd.
3. Zij hadden geleerd.
Verleden tijd van den onvolm, toe-
komenden tijd, of onvolmaakte voor-
waardelijke tijd.
Enkelvoud.
1. Ik zoude (mu) leeren.
3. Gij zoudet (zoudt) leeren.
3. Hij zoude (zou) leeren.
Meervoud.
1. Wij zouden leeren.
2. Gij zoudet (zoudt) leeren.
3. Zij zouden leeren.
Verleden tijd van den volm. toek.
tijd, of volmaakte voorwaardelijke tijd.
Enkelvoud.
1 Ik zal geleerd hebben. 1. Ik zoude (zou) geleerd hebben.
2. Gij zult geleerd hebben. 2. Gij zoudet (zoudt) geleerd hebben.
3. Hij zal geleerd hebben. 3. Hij zoude (zou) geleerd hebben.
'Meervoud.
1. Wij zullen geleerd hebben. 1. Wij zouien geleerd hebben.
2. Gij zult geleerd hebben. 2. Gij zoudet (zoudt) geleerd hebben.
3. Zij zullen geleerd hebben. 3. Zij zouden geleerd hebban.
1. Wij hadden geleerd.
2 Gij hadt geleerd.
3. Zij hadden geleerd.
Onvolm. toekomende tijd.
1. Ik zal leeren.
2. Gij zult leeren,
3. Hij zal leeren.
]. Wij zullen leeren.
2. Gij zult leeren.
3. Z'j zullen leeren.
Volmaakte toekomende tijd.