Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
dä. Ruiken is hetzelfde als rieken. Sommigen gebruiken zon-
der grond ruiken overgankelijk en rtete onovergankelijk; als: de
hond ruikt het witd; de bloem riekt. Men zegt altijd welriekende
bloemen en niet welruikende bloemen. Zoo ook: het riekt naar den'*t
mutsaard.
ee. Raken heeft raakte, geraakt. Beugen heeft deugde, gedeugd.
In de spreektaal hoort men vaak rocht, geroeht; docht; gedocht,
gedeugen.
78, Voorbeeld van zwakke verbuiging.
Het overgankelijke werkwoord leeren.
Bedrijvend geslacht,
Aanioonendb whs. Aanvoegbüde wijs.
Onvolmaakte tegenwoordige tijd.
Enkelvoud.
1. Ik leere.
2. Gij leeret.
3. Hij leere.
Meervoud.
1. Wij leeren.
2. Gij leeret.
3. Zij leeren.
Onvolmaakte verledene tijd.
Enkelvoud,
1. Ik leerde.
2. Gij leerdet.
3. Hij leerde.
Meervoud,
1. Wij'leerden,
2. Gij leerdet.
! 3, Zij leerden.
Volmaakte tegenwoordige tijd.
Enkelvoud.
1. Ik hebbe geleerd.
2. Gij hebbet geleerd.
3. Hij hebbe geleerd.
1, Ik leer,
2. Gij leert,
S. Hij leert.
1. Wij leeren,
2. Gij leert.
3. Zij leeren.
1. Ik leerde.
2. Gij leerdet,
3. Hij leerde,
1, Wij leerden,
2, Gij leerdet.
3, Zij leerden.
1. Ik heb geleerd.
Gij hebt geleerd.
;3. Hij heeft geleerd.