Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
4S
Scheppen, uit niets voortbrengen, heeft schiep, geschapen. Men zegt
zoowel hij schepte er behagen in als h<j schiep er behagen in.
0. Hijschen, hijgen, krijschen, mijden, vermijden, tijgen, aantijgen
(beschuldigen) en bezwijmen worden zoowel zwak als sterk verbogen.
Omtrent benijden geldt in de spreektaal hetzelfde.
p. oorlog voeren, hseh krijgi(, gekrijgd. Krijgen, oni-
vangen, enz., heeft kreeg, gekregen.
q. Stijven, doen verharden in het kwaad, heeft stijfde, gestijfd.
Stijven, stijf maken, heeft steef, gesteven. Verstijven heeft verstijfde,
verstijfd. Men zegt ook versteef, versteven,
r. Vrijen, vrij maken, heeft vrijde, gevrijd,
s. Vriezen heeft vroos, vroor; georozen, gevroren. Verliezen heeft
verloor; verloren. Kiezen heeft koos; gekozen, gekoren.
t. Klieven heeft kliefde, kloof; gekliefd, gekloven. Kluiven heeft
kloof, gekloven. Voor kluiven zegt men ook knuiven. Knuiven heeft
kttoof, geknoven. Kloven (hout kloven) heeft kloofde, gekloofd.
V. Kruijen heeft krooi, kruide; 'gekrooijen, gekruid. Schuilen
heeft school, schuilde-, gescholen, geschuild.
V. Zieden heeft ziedde, zood; gezoden,
w. Tijgen (eigenlijk tiegeri) heeft toog, getogen.
x. Raden heeft raadde, ried; geraden,
y. Brouwen heeft brouwle; g<-.bro-jwd, gebrouwen,
z. Zweeten heeft zweette; gezweet, g^ezweeten.
aa. Beeldhouwen, beraadslagen, dwarsirijven, pluimstrijken, ver-
welkommen, psalmzingen worden zwak verbogen: beeldhouwde, beraad-
slaagde, dwarsirijfde,, pluimstrijkte, verwslkomde, psalmzingde; ge-
beeldhouwd, beraadslaagd, gedwarsdrijfd, gepluimstrijkt, verwelkomd,
gepsalmzingd.
bb. liggen en leggen worden vaak met elkander verward. Leg-
gen is een overgankelijk, liggen een onovergankelijk werkwoord.
Men schrijve: zich aan iets gelegen laten zijn of zich aan iets ge-
legen laten-, en niet: zich aan iets gelegen laten liggen.
cc. Zijgen (de melk zijgen, filtreren) heeft zeeg, gezegen. Van
dit werkwoord komt »iVzj/ye» in het gezegde: de mug uitzijgen en
den kemel doorzwelgen, ' '