Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
of wilde, gewillen, gewild, 12. Hebben, had, gehad. 13. Ple-
gen, pleegde, plag, plagt, gepleegd. 14. Werken, wrocht,
werkte, gewrocht, gewerkt, lo. Koopen, kocht, gekocht. 16. Zoe-
ken, zocht, gezocht. 17. Brengen, bracht, gebracht. 18. Den-
ken, dacht, gedacht. 19. Dunken, docht, gedocht.
Aanmerkingen.
a. Gekund, gekunnen; gemoeten, gemoogd, gemogen, gemocht; ge-
durven; gewillen worden vaak ia de spreektaal, zelden of nooit in
de schrijftaal gebruikt.
b. Van weten komt bewust; wezen,gewezen; vzxi hebben, be-
hebt. Men zegt: de bewuste zaak ; de gewezen burgemeester ; hij is met
leelijke ondeugden behebt. — Geweest staat voor geweesd, gelijk behebt
voor behebd, gezant voor gezand (van zenden) , verwant voor verwand
(van wenden). Men schrijve: dank weten en niet dank wijten.
c. In plaats van moest hoort men vaak most. Dit most wordt
dikwerf verward met mocht. Men zegt ik mocht het doen voor ik.
most het deen, en omgekeerd,
d. In plaats van ik kon hoort men vaak ik kost.
e. Ik dorst is eigenlijk de onvolm. verl. tijd van het verouderde
werkwoord (/ön'^w, dat wagen beteekent. Durvenhtit^tVtni behoeven.
Nooddruft staat voor noóddurft,
f. Plag of plagt is de onvolm. verl, tijd van plegen in de be-
teekenis van gewoon zijn; b. v.: Peter de Groote plagt alle morgen
te vijf ure op te staan. Pleegde^ gepleegd worden gebruikt in ce
bet. van doen, begaan\h. s eene misdaad plegen; met iemand raad
plegen; iemani raadplegen ; deugd plegen, wijsheid plegen, enz.
g. Wrocht en gewrocht zijn deftiger dan werkte en gewerkt.
h. Kunnen en kennen worden vooral ,in de spreektaal niet zelden
verward. Kunnen bet. vermogen, in staat zijn om iets ie doen en heeft
altijd een werkwoord in de onbep. wijs na zich: Ik kan lezen; hij
kan schrijven. Kunt gij komen? Ja, ik kan (komen). — Kennen
bet. mei iemand of iets bekend zijn, iets kunnen onderscheiden, enz.;
als: ik ken dien man; ik ken mijne les; ik ken hem aan zijne stem.
17, Het volgende betrekkelijk de vervoeging van enkele sterke
werkwoorden verdient bijzondere aandacht.