Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
Hebben en zijn zijn de liulpwerkw. van den verWen, zul-
len is dat van den toekomenden tijd.
Ook gacfn en hlijcen komen soms als hulpwerkwoorden van den
lijd voor: ik ga lezen, ik blijf lezen.
Hulpwerkwoorden van de zijn: zullen, mogen en la-
ten, als: ik wil, dat hij mij groeten zal voor: ik wil, dut hij
mij groeie; wanneer het gebeuren mocht voor: wanneer het
gebeurde; laat hem leerenl — Zullen en mogem\}n dehulp-
werkw. van de aanvoegende; laten is dat van de gebiedende wijs.
Da werkwoorden kunnen, mogen, moeten, willen en durven,
niet zonder een ander werkwoord in de onbepaalde wijs, waar-
mede zij één begrip vormen, kunnen voorkomen, kan men. als
hulpwerkwoorden van wijze^ of liever, als wijzigende hulpwerkwoor'
den beschouwen, daar zij als het ware eene wijzigende bepaling
geven aan den inhoud der onbepaalde wijs. B. v.: ik mag komen',
ik kan lezen; ik moet gehoorzamen; ik wil schrijven; hij durft liegen.
Vroeger noemde men deze werkwoorden hulpbehoevends werkw.—
Soms is de onbep. wijs, die van deze werkw. afhangt, verzwe-
gen, als:
Be kloeke Rijp wil mee en met hem zamenspannen ,
d. i. wil mee gaan. Ik mag leeren teekenen. Moogt gij ook? d. i.
ook leeren teekenen ? Zoo ook in : Ik wil, ik zal'ik moet: Dat ik
verneemt men ieler oogenblik.
Heeft willen de bet. van eischen, dan is het natuurlijk geen M ij-
zigend hulpwerkwoord; b. v.: de nood wil spoed.
Ook de werkw. vermogen, behooren, behoeven, trachten, pogen,
zoeken, hebben, die in bet. naauw met kunnen, mogen, moeten, wil-
leu'tw durven zamenhangen, komen niet zelden als wijzigende hulp-
werkwoorden voor, als: hij vermag, behoort, tracht, poogt, zoekt
te komen ; hij behoeft niet te komen ; hij heeft mooi praten; zij heeft
veel ie arbeiden.
Hulpwerkwoord van het geslacht \s worden, d^l het lijdende
geslacht uitdrukt van de overgankelijke werkwoorden, als: