Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Dc aanvoegende wijs wordt ook gebruikt in af liaukeiijke zinnen,
welke een i/oö/te kernen geven, als: Mj leert, opdat hij wijs worde;
zeg het mij, ten einde ik mij wapene; hij behoejt een* vriend, die hem
de oogen opene.
De aanvoegende wijs komt verder voor na tenzij, tenware en
mits, en in wenschende en veronderstellende zinnen ; Ik zal het doen,
mits hij het ook doe\ ik kom niet, tenware hij kwame; God zegene
u ! Al ware hij nog zoo geleerd !
68. Komt het werkwoord voor zonder eenige vormver-
andering, dan is het een zelfstandig naamwoord, als: leeren
is nuttig; reizen is aangenaam.
Deze naamwoordelijke vorm werd vroeger als eene (vierde) wijze
des werkwoords beschouwd , en wordt daarom nog vaak onbepaalde
wijs geheeten. — De verleden tijd van den onvolm. en volm, toe-
komenden tijd w^ordt door sommigen vooricaardclijke wijs genoemd.
Dezen nemen dan vijf wijzen aan en geyen aan de evengenoemde
tijden den naam van tegenwoordig en en verleden tijd der voorwaar-
delijke toijs.
Leerende en geleerd, reizende en gereisd, enz. zijn eigen-
lijk bijvoegelijke naamwoorden, doch worden gewoonlijk
deelwoorden genoemd: het eerste heel dan tegenwoordig, het
tweede verleden deelwoord.
Men zegt de nog te drukken bladen, de te leeren lessen, de te doene
werken voor: de bladen, die nog moeten gedrukt worden-, de lessen,
die moeten geleerd worden ; de werken, die moeten gedaan worden. —
Onovergankelijke werkwoorden mogen op deze wijze niet gebruikt
worden. Men zegge dus niet: de te komen gasten, en in het schrijven
vermijde men zelfs de bovenstaande uitdrukkingen zooveel mogelijk.
De onbepaalde wijs wordt verbogen als een zelfstandig naamw.
van het onzijdig geslacht; als: achtenswaardig, zingenstijd; tot wal-
\ gens toe, opbeziens, tot weerziens, tot wederopzeggens toe.
G9. De werkwoorden worden verdeeld in ovci^gankelijke
en onovergankelijke.