Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
lm; en een' vohnaahten toehomcnden lijd: ik zal gesproken
hebben y hij zal gevallen zijji. — Ik zou spreken is de verleden
lijd van den onvolmaakten toekomenden lijd: ik zal spreken; —
ik zou gesproken hebben is de verleden lijd van den volmaak-
ten toekomenden lijd: ik zal gesproken hebben.
S0.TIS wordt de |egenw. lijd gebruikt in plaats van den
toek. tijd, als: morgen kom ik voor morgen zal ik komen;
wanneer vertrekt gij voor wanneer zult gij vertrekken.
Sommigen onderscfi^iden de tijdon in: een* vohtrekt tegento, (de
onvolm. leg.) en een' betrekkelijk tey.nw, (de onvolm. verl.); 'een'
volstrekt verl. (de volm. teg.) en een' belrekk, verl. (de volm. verl.);
een' volstrekt toekomenden (de onvolm. toek.) en een* betrekhf toek.
(de volm. toek.).
De onvolm. of volstrekt teg. tijd en de onvolm. of volstrekt toek.
tijd heeten gewoonlijk eenvoudig teg. en toek. tijd,
67. De werkwoorden hebben drie wijzen. De hoofdwij-
zen zijn de aantoonende en de aanvoegende wijs. De gebie-
dende wijs is uit de aanvoegende wijs onlslaan.
De aantoonende wijs stelt iels voor als werkelijk, als: hij
komt, hij kwam, hij zal komen. De aanvoegende wijs stelt
iels voor als mogelijk of wenschelijk, als: hij komel kxvame
hij toch! De gebiedende wijs stelt iets voor als een gebod,
verzoek, vermaning, enz.; kom! leert mee les!
Uitdrukkingen als : drn moed niH opgegeven I den arbeid aange'
vangen / goed werken, jongens! hebben de kracht van de gebiedende
wijs: geef dpn moed niet op ! vang den arbeid aan! werkt goed, jongens!
De aanvoegende wijs wordt gebruikt in voorwerpszinnen, na de
werkwoorden: willen, begeeren, bevelen, verlangen, verzoeken, kO'
pen, bidden^ smeeken, waken, zorgen, zich hoeden, op zijne hoede
zijn, en dergelijke, die een* wensch of bedoeling uitdrukken, als: ik
wil, dat hij mij groetc; nk begeer, dat hij kome, enz. Ook zegt
men: ik wil, dat hij mij groeten zal; ik begeer, dat hij komen zal;
ik wil, dat hij mij groet; ik begeer, dat hij komt; enz.