Boekgegevens
Titel: Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1864
2de, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203733
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte Nederlandsche spraakkunst: een leerboekje voor de hoogste klassen der scholen voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
gcü ze altijd eene n : koeijenen schapen zijn nuttige dieren; de eer-
sten geven ons melk, de laatsten geoen ons wol.
Men zegge niet: in den liijn ontlasten zich meerdere rivieren, maar:
vele of verscheidene rivieren.
Men sebrijve; de eeij^te drie dagen van de week, de laatste vier
dagen van de maand, en niet: de drie eerste dagen van de week, de
Vier laatste dagen van de maand.
Men schrijve: honderd en een soldaten, duizend en een paarden;
duizend ^en een pennen, en niet duizend en een^ pennen.
Enkelen schrijven: hij verdeelde het land onder de negen en een halve
stammen, in plaats van: onder de negen en eeii^ halven stam, het-
geen geene navolging verdient.
Men schrijft; er waren honderd soldaten, duizend ruiters, zonder,
een millioen krijgsknechten, daarentegen, met het onbepaald lid-
woord, Er' is onderscheid tusschen honderd soldaten en een hon-
derd soldaten, enz.
65. Het werhvoord drukt een'handeling of toestand uit,
met aanduiding of de i*?, of persoon er hel onder-
werp van is; of dit plaats heeft in den legenwoordigen,
den verleden' of den toekomenden tijd; en of men hel zich
als werkelijk of mogelijk voorstelt.
De verandering in vorm, welke hel werkwoord daardoor
ondergaat, wordt verbuiging of vervoeging genoemd.
\ G(i. De onvolmaakte tegenwoordige tijd slell de handeling
of toestand voor als onvoltooid, als nog voortdurende; b. v.:
ik leer, gij slaapt, hij hoort. De volmaakte tegenwoordige lijd
stelt de handeling of toestand voor als voltooid; b. v.: ik heb
geleerd; gij hebt geslapen; hij is gevallen.
Zoo heeft men ook een ofivolmaahten, d. i. onvoltooiden
verleden lijd: ik sprak, hij viel; en een' volmaakten, d. i. vol-
tooiden verledeniïjó: ik had gesproken, wij waren gevallen; —
een* onvolmaaklen toekomenden lijd: ik zal spreken, hij zal val-